WIELERBLOG: Koning, Keizer... Admiraal!
6 sep '10 door JonasHVan Ezel tot Koerspaard?
Koning, Keizer, (van de) Admiraal
Eerst en vooral: u kan ook lid worden van de Van Ezel tot Koerspaard-pagina op Facebook. Hier klikken!
Toen onze man negen maand geleden startte met zijn voorbereiding op het WK Tijdrijden voor journalisten dat op 18 september
in Lierde wordt verreden, wist hij dat hij meer op zijn fiets zou moeten zitten dan hij gewend was. Véél meer! Gelukkig was daar fietsclub Admiraal.
Het moet een raar zicht geweest zijn. Bij het binnenrijden van Gentbrugge weerklonk er plots een heel luid ‘Yes’ waarna mijn beide armen triomfantelijk de lucht in gingen. Mijn collega-wielertoeristen van fietsclub Admiraal keken me verbaasd aan alsof ze net voorbij waren gereden door een naakte Koningin Fabiola op een driewieler. Terwijl mijn schreeuw en zegegebaar natuurlijk volstrekt te begrijpen waren, of wat had u gedacht? Want daar, in de Emmanuel Hielstraat te Gentbrugge, vlakbij het Gentse Ottenstadion, overschreed ik voor het eerst in mijn nog relatief prille bestaan de magische grens van de 10.000 kilometers. Bij elkaar gefietst op één jaar tijd welteverstaan. Correctie: op amper negen maand tijd, want mijn kilometerteller wordt elk jaar zonder pardon op 1 januari gereset. En 10.000 kilometer is echt wel een eind, hoor. Twee keer van Gent naar Moskou, én terug! Vijf keer op en af naar de Mont Ventoux! Negentig keer Gent-Brussel-Gent! 10.000 kilometers aan een gemiddelde van ongeveer 30 per uur, dat wil ook zeggen dat ik de voorbije negen maanden maar liefst 333 uur en 21 minuten op de fiets zat, iets wat ik me al afwassend, strijkend, kokend of kuisend niet meteen zie halen.
Dat ik die 10.000ste kilometer net haalde tijdens een rit met fietsclub Admiraal uit Destelbergen, mag geen verrassing heten. Al ruim veertien jaar maakt ondergetekende deel uit van deze vrolijke bende ongeregeld die elke zondagmorgen de warme bedstee inruilt voor een paar uurtjes op het ros met twee wielen. Destijds als 18-jarige was ik nog het broekje van de bende – wat er vaak op neerkwam dat ik er na de rit niet aan moest denken om mee uit te leggen in de drinkpot ‘omdat al die werkende mensen het niet erg vonden om een arm studentje te sponsoren’ – maar sinds een paar jaar ben ik gewoon een van de oudgedienden van de club en mag ik de studentjes sponsoren. Leuk hoor, om op je 32ste al een oudgediende te worden genoemd. Feit is dat ik in al die jaren nog nooit bij zoveel clubritten aanwezig was als dit jaar. Een iets te laat uitgelopen feestje, een paar regendruppels, een lichte snotvalling, het vooruitzicht op een stevige portie ochtendseks... Werkelijk elke reden was de voorbije jaren goed genoeg me op zondagochtend thuis te houden. Tot dit jaar dus. Want dit jaar had ik een doel. En een doel, daar moet alles voor wijken. (Zelfs die stevige portie ochtendseks, ja.) En dus maalde ik de afgelopen maanden quasi elke zondagochtend trouw mijn kilometers met de Admiraal-boys. Het hele Vlaamse land doorkruisten we in onze gloednieuwe zwart-oranje-blauwe Bioracer-tenues, ondertussen ook elke bult die Vlaanderen rijk is minstens één keer beklimmend.
Om na de rit in Café Admiraal – wiens brood men eet, diens woord men spreekt – het hoogtepunt van de dag te mogen beleven. Zijnde: het laven onzer dorstige kelen. Bij ondergekende verloopt – of beter: verliep - dat volgens een vast stramien: eerst een heerlijk verfrissende Eskimo – voor de niet-kenners: tonic met fruitsap én veel ijsblokjes – en daarna twee of, in uitzonderlijke gevallen
ofte één zondag op twee, drie Petrussen van het vat. Dat ik hier de verleden tijd gebruik, doe ik bewust. Mijn leven als pater is immers nog niet te einde. En dus moet ik me het hemelse genot van een zondags streekbiertje nog een paar weken ontzeggen. Want ondanks het extreme gebrek aan vertrouwen dat anderen in mij hadden, heb ik voorlopig nog steeds niet gezondigd. Dat zondigen zal echter
met zekerheid weer een aanvang nemen op 18 september, meer precies rond de klok van vijven als mijn WK-tijdrit eropzit. Ik heb nu al een kameraad ingeschakeld die die dag als enige taak heeft: me opwachten aan de meet met een fris pintje in de hand. En die dag zal ik blijven zondigen. Wellicht tot ’s avonds laat in den Admiraal. Want had cafebaas Andy geen gratis vat beloofd per keer dat de naam van zijn café vernoemd werd in P-magazine?













Mail door







