Mijn trainingen

Covermodellen

Onze covermodellen voor de lens
Eva Mendes

Events

Badpakkenfeest 2011

WIELERBLOG: De mentale opsteker in Ettelgem!

30 aug '10 door JonasH

Nog drie weken en dan is het zover: het WK tijdrijden voor journalisten in Lierde. Jonas Heyerick, de P-redactie-ezel, is aan de laatste rechte lijn richting zijn grote doel begonnen. Op die lijn: nog een paar tijdritten.

 

Voetbaljournalisten hebben er een handje van weg om voetbalwedstrijden al snel uit te roepen tot 'de wedstrijd van het jaar'. Anderlecht-Partizan was dat, net als Dinamo Minsk-Club Brugge, en als we niet uitkijken, blaast een of andere gek straks ook Westerlo-Sint Truiden in die mate op. Maar wedden dat diezelfde journalisten dezelfde termen weer bovenhalen als Anderlecht of Club straks een onderlinge topper spelen met de eerste plaats als inzet, of als ze zich straks - schrijven is geloven - kunnen plaatsen voor een volgende ronde in de Europa League. Wielerjournalisten moeten niet voor hun collega's onder doen. Als Tom Boonen in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix start, rijdt hij zijn 'enige twee koersen die echt tellen' en als Omega Pharma-Lotto de eerste twee maanden van het seizoen geen enkele koers wint, is elk weekend daarna 'het weekend van de laatste kans.' Ik ben zelf ook sportjournalist en sinds een paar maanden ook een kwartje (of één achtste) coureur, maar voor mezelf ga ik die dure woorden slechts één keer bovenhalen. Voor mij telt er immers maar één wedstrijd dit jaar, en dat is die op 18 september in Lierde. En toch - u had dit wellicht voelen aankomen - was ook afgelopen weekend niet onbelangrijk. Er stonden immers twee behoorlijk belangrijke tests op het programma, met het oog op die ene, allerbelangrijkste koers.

 

 

Te beginnen met de tijdrit van onze eigen fietsclub - WTC Admiraal - vrijdagavond. 7,8 kilometer beuken op de Scheldedijk tussen Gentbrugge en Zwijnaarde.  3,9 kilometer heen, U-turn, 3,9 kilometer terug. Alhoewel iets te kort - mijn explosiviteit is omgekeerd evenredig met die van een molotov-cocktail - toch spek voor mijn bek omwille van het ontbreken van bochten, op die ene van 360° dus na. De opkomst was weliswaar aan de lage kant - late werkers, slechte weersvoorspellingen (en redelijk wat Admiraalders die toch een beetje schrik hebben om met de billen bloot te gaan tijdens de genadeloze strijd tegen de klok?) - maar dat nam niet weg dat iedereen (de volle dertien) de gas eens volledig zou opendraaien. Mijn tijdritbolide, den Dean voor de vrienden, moest op stal blijven omdat er zou tijdgereden worden - als het werkwoord niet bestaat, zou het uitgevonden moeten worden - met de gewone wegfiets. Niet optimaal dus als voorbereiding op Lierde, maar goed, een fiets is een fiets en een gat heeft geen ogen (waarmee ik wil zeggen dat mijn kont zich overal op neervlijt als het maar rijdt. Of iets in die aard). De tijdrit dan zelf: de benen waren goed, de wind woei hard en het was wederom sterven. In het harnas weliswaar. En niet voor niks. Een tweede tijd werd mijn deel, na ene Renaat Demeter, een gepatenteerd hardrijder en nog een klasse te sterk voor ondergetekende. Maar dat had ik u voor de start van de Admiraal-tijdrit ook al kunnen vertellen.

 

Zondag stond nog een grotere test op het programma. Een echte tijdrit over 13,8 km, in het West-Vlaamse Ettelgem. Ettelgem, dat is voorbij Brugge. En voorbij Brugge, dat zijn de polders. En in de polders is er wind. Altijd. Overal. Langs alle kanten. Om mezelf geen druk op te leggen (en dus om geen klopke te krijgen zoals na mijn dramatische tijdritdebuut in Oostende) had ik 's morgens al een clubrit van 117 km met de Admiraal-boys afgelegd, kwestie om goed opgewarmd (of oververhit) te zijn en meteen een steek-op te hebben als het opnieuw fout zou lopen.

Maar al tijdens de opwarming voel ik dat het behoorlijk snor zit. Weinig of geen vermoeidheid in de gladgeschoren benen, een soepele tred en een hartslag die stijgt en daalt wanneer ik dat wil. Na het overlopen van de startlijst weet ik genoeg. Genoeg kleppers aan de start om een voetbalelftal (inclusief bank) op de been te brengen. Mijn ambitie is dan ook beperkt. Toptwintig. Eventueel topvijftien. Voor de start nog een praatje met Rudi De Boelpaep, alias the Rudinator, een man die meer medailles in tijdritten allerhande heeft verzameld dan de doorsnee filatelist postzegels. Op dat moment had de Rudinator trouwens al de beste tijd (19 minuten 27 seconden) achter zijn naam en dus waren een paar tips wel welkom. Over het parcours, bijvoorbeeld. 'Niet te snel starten, de bochten goed inschatten en nog iets overhouden voor de laatste 2 km, want dan krijg je de wind pal op je neus.' Dat voel ik ook tijdens mijn ietwat illegale parcoursverkenning. Illegaal, want - had ik van de organisatoren te horen gekregen: 'nadat de eerste renner om 13u is gestart, kan er niet meer verkend worden.' Aangezien ik als allerlaatste van start ga om 15u40 en ik het niet zag zitten om drie uur op voorhand aanwezig te zijn, dacht ik een blinde tijdrit te moeten rijden. Maar regels zijn er om overtreden te worden, en dus rijd ik toch nog even snel de 13,8 km. En gelukkig maar, want in het parcours zitten een aantal technische passages en verraderlijke bochten die je maar beter al eens vooraf gedaan kan hebben (zeker als er dan nog eens een tweetal signaalgevers staan te slapen). En dus sta ik twintig minuten later quasi zenuwloos aan de start voor mijn tweede echte tijdrit in mijn leven. 'Als allerlaatste: de topjournalist van P-magazine, Jonas Heyerick. Maar realiseert hij ook een toptijd?'  De speaker van dienst is duidelijk een grapjas. Starten doe ik dit keer niet verschroeiend, maar eerder rustig, mezelf inprentend dat ik nog meer dan 20 minuten te gaan heb, tijd genoeg dus om langzaam dood te gaan. Ondanks het feit dat ik mijn hartslag onder controle hou, haal ik toch al makkelijk snelheden boven de 40 per uur en snijd ik meer dan behoorlijk de bochten aan. Weten dat er geen auto van achter de bocht kan komen aangevlogen, doet duidelijk wonderen. De stukken zijwind deren me weinig of niet en langzaam begin ik te geloven in een goede tijd. In mijn hoofd klinkt plots muziek. Harder, better, faster, stronger van Daft Punk. Yes! Een toepasselijke mantra.

 

Iets over halfweg zie ik de brug opdoemen, de enige, nu ja, helling op het parcours. Het stuk naar de brug toe voel ik de wind voluit in mijn rug blazen. Ik schakel naar de 52/12 en voor ik het goed en wel besef, zie ik op mijn Polar 57,5 km/u verschijnen. Voor het eerst in mijn negen maand voorbereiding voel ik me een echte tijdrijder. Spartaklusje, of zoiets. De brug zelf gaat ook nog goed, maar daarna voel ik mijn benen tintelen na elke bocht en bijhorende optrekbeurt. Zo snel mogelijk weer 40 per uur, denk ik telkens. En elke keer doet het meer pijn. Nog twee kilometer. Het stuk waarvoor Rudi me waarschuwde. Ik voel de wind pal op mijn neus. Het is alsof ik tegen een muur rijd. Maar ik moet erdoor, dwars door die muur. Daarnet tijdens mijn verkenning reed ik hier met moeite 30 per uur. Nu moet ik minstens 8 per uur sneller. Mijn longen branden, mijn benen protesteren, mijn hart staat op ontploffen. Maar ik blijf boven de 38 per uur en richt snel een dankgebedje tot de Heilige Vermaledijde Velo wanneer de weg draait en ik weer even beschut ben tegen de wind. Nog 1 km. Ik probeer nog te versnellen maar tevergeefs. Boven de 41 raak ik niet meer. Maar daar is de finish. Ik wil er naartoe al lag er een blonde deerne gewillig op me te wachten. Een laatste spurtje. Een laatste inspanning. Als mijn spieren straks knappen, mag dat. Maar nu nog even niet. En dan is er de meet. Op het moment dat ik ze overschrijdt, stop ik met trappen. Want dat is een les van herr Cancellara himself: op het eind moet je steendood zijn, geen trap mag je nog kunnen geven. Mijn tijd: 20 minuten 5 seconden. Mijn Polar geeft een gemiddelde van 41,3 aan. Niet slecht, vind ik van mezelf. De uitslag die wat later binnenkomt, spreekt dat alvast niet tegen. Gedeelde vijfde plaats op 72 deelnemers en op 58 seconden van de winnaar, Frederik Devolder. Rudi wordt knap derde, en wint daarmee ook de categorie boven de 35 jaar. Na mijn schamele 32ste plaats in de Eandis-tijdrit in Oostende is deze vijfde plaats alvast een mentale opsteker. Langzaam maar zeker raak ik klaar voor Lierde. Denk ik toch.

 

PS: Dikke pluim voor de organisatie van de tijdrit in Ettelgem. Het was me een waar genoegen om er te rijden en ik hoop er volgend jaar opnieuw aan de start te staan.

 





Foto's:



     Mail door                   
Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Log in of registreer indien nodig.