Mijn trainingen

Covermodellen

Onze covermodellen voor de lens
P-Hostessen

Events

Badpakkenfeest 2011

Mijn grote inspiratiebron: Joao Correia!

9 feb '10 door JonasH

Vorige week begon ik aan een heuse mission impossible: deelnemen (en me niet belachelijk maken) op het WK tijdrijden voor journalisten. Dat ik nog steeds in mijn kansen geloof, is vooral te danken aan Joao Correia. Joao wie?

 

(Dit interview met Cervélo-renner Joao Correia is deze week te lezen in P-magazine. Maar onder dit interview vindt u nog heel wat extra tips en goede raad die Correia me gaf met het oog op het WK tijdrijden.)

  

Slecht een handvol wielerexperts kennen Joao Correia. Nochtans maakt de 35-jarige Portugees sinds dit jaar deel uit van het prestigieuze Cervélo Test Team, de ploeg van Thor Hushovd, Carlos Sastre en Heinrich Haussler. Waarom ik die nobele onbekende dan interview? Omdat het verhaal van Correia bewijst dat er hoop is voor mij, dat er zich wel degelijk een mirakel kan voltrekken op dat WK tijdrijden voor journalisten in september. Want Joao Correia was tot vorig jaar ook nog actief in de tijdschriftenbranche! En hij kampte nog niet eens zo lang geleden met veel meer overgewicht dan ik! Als ik hem aan het begin van het interview van mijn doel op de hoogte breng, is hij meteen wildenthousiast. Hij wil me met raad en daad bijstaan. Vanaf nu, tot in september. Graag, maar eerst wil ik zijn verhaal horen. Want het is toch best een mirakel dat Correia momenteel prof is bij één van de beste teams ter wereld. Of niet soms?

JOAO CORREIA: “Eigenlijk wel, ja. Ik begon op mijn zesde te koersen, doorliep alle jeugdreeksen en schopte het op mijn 16de zelfs tot in de Portugese nationale selectie. Zo nam ik drie keer deel aan het WK. Daarna koos ik eerst voor mijn studies en daarna voor een job in het Amerikaanse zakenleven. Ik stopte met koersen en tussen 1997 en 2003 raakte ik zelfs geen fiets aan. Ik leidde vooral een wining and dining-leventje. Nu ben ik profrenner, toen was ik een professionele vreter. Let op: ik at niet ongezond, of slecht. Integendeel: ik at meestal vreselijk lekker in de beste restaurants van New York. Het grote probleem was dat ik altijd gigantische hoeveelheden voedsel binnenspeelde. Wist je trouwens dat dat ook training vergt? Je kan het vergelijken met een beginnende profrenner: die kan in het begin ook geen koersen van 200 kilometer en meer aan. Daar heeft hij jaren training voor nodig. Op het vlak van eten is dat net hetzelfde: in het begin zat ik volgepropt na een driegangenmenu. Maar na een tijdje kon ik makkelijk zes, zeven of zelfs meer gangen aan, gecombineerd met een fles of twee lekkere wijn. Op de duur woog ik 93 kilo! Voor een klein ventje van ocharme 1 meter 74. Nu is mijn competitiegewicht 65 kilo.”

Wanneer en waarom kwam de switch?

CORREIA: “Op een dag stond ik voor de spiegel en dacht ik: ‘Zo kan ik niet verder.’”

Het is alsof ik mezelf hoor vertellen!

CORREIA: “Oorspronkelijk begon ik terug te fietsen met als enige doel: gewicht verliezen zonder mijn eetgewoontes te moeten veranderen. Met een minimaal aantal uurtjes fietsen lukte dat al vrij goed – die eerste kilo’s vlogen er af – en dus wilde ik steeds meer gewicht kwijt, steeds sneller. Al snel zat ik vier keer per week op de fiets. Ik begon ook meer te letten op wat ik at en hoeveel ik at. Toen ik bijna tien kilo kwijt was, dacht ik: misschien moet ik dat fietsen op zich toch ook wat serieuzer nemen. Dus zocht ik me een coach om me wat te begeleiden. En ik kroop nog meer op de fiets. Ik genoot er ook steeds meer van. Fietsen kan heel verslavend werken. Zeker als je competitief bent ingesteld en je jezelf steeds nieuwe, grotere uitdagingen stelt. Je voelt je ook quasi dagelijks verbeteren en dat bleek één van mijn grootste motivaties. Zo ben ik uiteindelijk prof geworden. Ik ben terug beginnen fietsen enkel om gewicht te verliezen. Daarna wilde ik goed kunnen meefietsen met een paar fittere vrienden en vervolgens dacht ik: ‘Zou ik het eens proberen in een paar lokale wedstrijden?’ Toen ook dat me goed afging, schreef ik me in voor het nationaal kampioenschap tijdrijden in Portugal. Ik werd – tot mijn eigen grote verbazing – meteen twaalfde! Als enige niet prof in het gezelschap!”

Wat was het grootste probleem waarmee je geconfronteerd werd tijdens je transformatie tot profrenner?

CORREIA: “Ik had een fulltime job én een gezin en dus had ik eigenlijk helemaal geen tijd om te trainen. Behalve... ’s avonds en ‘s nachts. Gelukkig had ik het immense voordeel in New York te wonen, één van de weinige plaatsen ter wereld waar je dankzij Central Park ook in het midden van de nacht kan trainen. In Central Park heeft men een fietscircuit aangelegd van 10 kilometer dat 24 uur op 24 verlicht is. Echt waar: elke avond en nacht malen honderden New Yorkse wielertoeristen en -renners er hun rondjes. Central Park is het kloppende hart van sportief New York.”

Ik hoef niet zozeer profrenner worden. Als ik op dat WK geen modderfiguur sla, is het al lang goed. Heb je tips?

CORREIA: “Tientallen! Want wat jij nu goed gaat doen, wat jij gaat voelen en meemaken... I’ve been there! Het belangrijkste is: het hoofd! Als je geest gemotiveerd is, zal je lichaam in een bepaalde graad volgen.”

 

De tips van Joao Correia!

1. Gewicht verliezen:

CORREIA: “Gewicht verliezen is niet moeilijk. Tenminste: als je een plan in je hoofd en een doel voor ogen hebt. Het is belangrijk dat je wordt bijgestaan door een persoonlijke coach en een voedingsdeskundige. Je coach moet je eerst een trainingsprogramma voorschrijven dat op je lijf geschreven is. Daarna moet de voedingsdeskundige je niet alleen een dieet, maar een compleet nieuwe levensstijl aanmeten. Want met alleen maar een dieet ga je niet slagen in je opzet, je moet echt je totale levensstijl aanpassen. Daarom is het belangrijk dat die voedingsdeskundige een levensstijl voor je uittekent die bij je past, die leefbaar is. Je moet je nieuwe eetgewoontes en lifestyle immers definitief overnemen, niet alleen voor de periode van nu tot aan het WK. Want als je na dat WK terug in je oude gewoontes hervalt, weeg je na drie maand zelfs nog meer dan vroeger. Daarom is het belangrijk dat die personal coach en de voedingsdeskundige rekening houden met jou. Welk werk je doet, hoe je gezinssituatie is, wat je graag eet en drinkt... Als je bijvoorbeeld graag frieten met mayonaise eet, moet die voedingsdeskundige daar rekening mee houden. Want het heeft totaal geen zin je te verbieden om nog frieten te eten. Dan heb je binnen de twee maand zodanig veel zin in frieten dat je dat dieet aan de kant schuift en een hele week alleen maar frieten eet. Trouwens: één gratis tip voor mensen die veel mayonaise eten: vervang de mayonaise door ketchup en je bent al een heel stuk gezonder af.”   

Joao, je maakt een blij man van me. Ik ben namelijk verzot op frieten en ik was al bang dat ik me die maandenlang zou moeten ontzeggen.

CORREIA: “Neen, hoor. Je moet alleen leren met mate te eten. Als je vroeger altijd een groot pak frieten bestelde, zou je nu moeten proberen tevreden zijn met een klein pakje. En als je normaal drie keer per week naar de frituur gaat, moet je dat beperken tot één keer per week, of nog beter: één keer om de veertien dagen.”

Jij bent van 93 naar 65 kilo gegaan. Ik ben 1 meter 91 groot en woog op mijn zwaarst 94,5 kilo. Dertig kilo zal ik dus niet kunnen kwijtspelen.

CORREIA: “Het voordeel van jouw lengte is dat je normaal gezien een ongelooflijk krachtarsenaal moet hebben waar je uit kan putten. Als je er in slaagt om je vet kwijt te raken én je kracht te behouden, kan je ginder op dat WK echt voor een verrassing zorgen. Het grote voordeel is ook dat je de komende maanden vaak met profrenners kan gaan trainen. Gewoon een paar renners opbellen, afspreken en mee aanpikken in hun wiel. Ideaal om te verbeteren! In hoeveel sporten kan je dat? Je zou het niet moeten proberen om eens met de voetballers van Manchester United of Barcelona mee te gaan trainen, hoor. Als ik de komende maanden in België ben, bel ik je en doen we samen een duurtraining van minstens vier uur. Beloofd!”

  

2. Trainen!

’s Avonds – laat staan ’s nachts – trainen is niet mijn sterkste punt. Als ik na het avondeten in mijn luie zetel beland, raak ik daar meestal niet meer uit.

CORREIA: (lacht) “I know the feeling. Je zal moeten leren om supergedisciplineerd te zijn. Voor mij was het moeilijkste niet zozeer ‘uit mijn zetel geraken’, maar wel ‘mijn vrouw en zoon elke avond alleen laten om op die fiets te kruipen.’ Het is niet makkelijk om elke avond thuis te komen en tegen je zoontje te moeten zeggen: ‘Daddy moet weeral gaan trainen.’ Aangezien jij drie dochters hebt, zal je met hetzelfde probleem worstelen.”

Vandaar dat ik heel hard uitkijk naar de zomer. Dan kan ik de kindjes eerst in bed stoppen en na acht uur ook nog twee uurtjes buiten trainen.

CORREIA: (knikt) “Ja, maar vergeet niet dat je je basis nu moet leggen, tijdens de wintermaanden. Vandaar dat je ook rollen nodig hebt. Als het echt koud is of regent, is het beter om op de rollen te rijden, omdat je anders meer risico loopt om ziek te worden. Ik deed het zo: als het kouder was dan –4° - wat vaak het geval was in New York – reed ik binnen op de rollen. Alles daarboven was warm genoeg om buiten te fietsen. Maar aangezien jij geen fietstraject hebt dat speciaal verlicht is ’s nachts raad ik je aan om nu tijdens de week altijd op de rollen te rijden.”

Als journalist heb je wel het voordeel dat je overdag kan gaan fietsen, op voorwaarde dat je dan ’s avonds en ’s nachts werkt.

CORREIA: (knikt) “Dat is inderdaad een belangrijk voordeel als journalist: je hebt een heel flexibele job. Jij moet gewoon je tijd zo goed en efficiënt mogelijk proberen indelen. Heb je douches op de redactie? Neen. Zorg dan dat je baas er snel bouwt! Dan kan je met je fiets naar het werk. De ideale combinatie!”

 

3. Materiaal!

JOAO CORREIA: “Het voordeel aan tijdrijden is: je kan er specifiek voor trainen. Als je aan een wegwedstrijd deelneemt, zijn er zoveel oncontroleerbare elementen die het resultaat kunnen beïnvloeden. Bij een tijdrit heb je het allemaal zelf in de hand, behalve materiaalpech natuurlijk. Vandaar dat je vaak relatief onbekende renners ziet schitteren op WK’s tijdrijden. Die focussen echt op die wedstrijd en presteren daar optimaal.

 Cruciaal in een tijdrit is het materiaal waarmee je rijdt. Ik zeg altijd: met het juiste materiaal kan je tijd kopen. En dan heb ik het over een paar minuten, hè! De snelste fiets, de meest aerodynamische helm, de beste wielen... Die zijn van vitaal belang. Nog iets wat tijdwinst kan opleveren: tijd spenderen in een windtunnel, om zo je meest aerodynamische positie te vinden. Door al deze factoren kan je van een behoorlijke tijd een goede tijd maken.

 Je voorwiel en je helm zijn de eerste die tegen de wind opbotsen. Zij moeten dus zo aerodynamisch mogelijk zijn zodat zij zo weinig mogelijk wind vangen. Dat geldt eigenlijk voor al je materiaal, tot je schoenplaatjes en bril toe: hoe minder materiaal er is om wind te vangen, hoe sneller je kan gaan.

 Daarnaast is het belangrijk dat je zoveel mogelijk met je tijdritfiets gaat rijden. Je moet hem helemaal gewoon worden, hem helemaal leren controleren en aanvoelen. Kortom: je moet op de duur even comfortabel zitten op je tijdritfiets als op de fiets waarmee je elke dag naar de bakker gaat. Mijn raad: haal de tijdritfiets drie keer per week van stal. Minstens!

 Voor alle duidelijkheid: jouw benen blijven het allerbelangrijkst! Als jij niet goed bent, mag je nog het beste materiaal hebben... Dan zal je nog mislukken."



     Mail door                   
Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Log in of registreer indien nodig.