Wat staat er in de federale begroting?
10 may '10 in Actua door Karsten
De federale begroting bestaat dit jaar uit 1.364 bladzijden, verspreid over drie boekdelen. Hoe begint een regering eraan? En wat staat er in?
Elk jaar rond oktober gaat de regering aan tafel zitten voor de opmaak van de begroting. De vorige keer leverde dat drie dikke boekdelen op: 'Begrotingen van Ontvangsten en Uitgaven voor het Begrotingsjaar 2010/Algemene toelichting', 435 bladzijden dik, en, 'Ontwerp van Algemene Uitgavenbegroting', goed voor nog eens 929 bladzijden en daarom opgesplitst in twee delen. Samen dus bijna 1.400 bladzijden begrotingsliteratuur.
Algemene Toelichting.
Hoe de regering aan een begrotingsopmaak begint, leest men het eerste boekdeel, 'Algemene toelichting' genaamd. Opmerkelijk bij de jongste begroting is dat de regering een begroting opmaakte voor twee jaar ineens: 2010 en 2011.
Het regeringsbeleid.
In dit deel leest men welk beleid de regering wil voeren, om te beginnen met het begrotingsbeleid. Wil men een begroting in evenwicht waarbij men niet meer wil uitgeven dan men ontvangt? Of aanvaardt men tekorten, zoals bij de jongste opmaak? Verder leest men welke klemtonen men wil leggen. De jongste begroting legt vooral het accent op het werkgelegenheidsbeleid, sociaal en financieel beleid en op het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking.
Het economisch verslag.
In het tweede deel leest men met welke economische context de regering rekening zal moeten houden. Hoe zal de economie evolueren op internationaal en op Belgisch vlak? Wat met de rente? Wat met de energieprijzen? De tewerkstelling? Et cetera. Een goed draaiende economie zorgt voor hogere inkomens van personen en vennootschappen en dus voor hogere inkomsten voor de overheid. En daar wil de regering zicht op.
Het begrotingsverslag.
Dit derde deel begint met de gegevens over het voorafgaande jaar. Wat was er begroot en wat waren de uiteindelijke ontvangsten en uitgaven? Met andere woorden: werd die begroting een beetje nageleefd? Uit het antwoord weet de regering of er moet worden bijgestuurd. Zo komt men tot de ramingen van de ontvangsten die men in de komende jaren mag verwachten, en van de uitgaven die de federale overheid zich zou kunnen veroorloven. Er wordt een meerjarenplan opgesteld voor de zogenaamde primaire uitgaven, de uitgaven zonder de rentelasten. Tevens wordt vastgelegd welke investeringen de overheid zal moeten doen.
De schulden.
De rentelasten zijn een heikel punt. Nog steeds in het derde deel vindt men terug hoe groot de overheidsschuld is, hoeveel er zal worden terugbetaald en hoeveel men opnieuw zal moeten lenen.
De overdrachten.
Het derde deel eindigt met de budgettaire gevolgen van de betrekkingen tussen de federale overheid en de gewesten en gemeenschappen. Een flink deel van de ontvangsten van de federale overheid worden immers overgedragen aan de andere overheden. Het geld dat de federale overheid overhoudt, noemt men de rijksmiddelen.
De socialezekerheidsstelsels.
Het vierde deel is helemaal besteed aan het te voeren beleid voor werknemers en zelfstandigen, aan de geneeskundige verzorging (het RIZIV), de verschillende regelingen van de sociale zekerheid, de sociale bijstand, de overheidspensioenen en de tewerkstellingsprogramma's.
Bijlagen.
De algemene toelichting eindigt met de historiek van de fiscale wetgeving en met een aantal statistieken.
Uitgavenontwerpen.
Na de algemene toelichting, staat de lezer nog het 'ontwerp van algemene uitgavenbegroting' te wachten. Het telt liefst 929 bladzijden en is daarom opgesplitst in twee boekdelen. Hier vindt men in grote lijnen hoe de inkomsten van de federale overheid zullen worden besteed.
Dotaties.
Eerst zijn er de dotaties, bedragen die toegewezen worden en waarvoor binnen de begroting geen aparte programma's zijn opgemaakt.
De overheidsdiensten.
Dan volgen de zogenaamde departementale begrotingen, dat zijn de aparte begrotingen van alle federale overheidsdiensten, van het ministerie van landsverdediging, de federale politie en de regie der gebouwen.
Afzonderlijk beheer.
Sommige departementen komen nog eens aan bod in het hoofdstuk 'begrotingen van de staatsdiensten met afzonderlijk beheer'.
Openbaar nut.
Tot slot zijn er nog de begrotingen van de instellingen van openbaar nut, zoals de regie der gebouwen, het federaal planbureau, et cetera.
De departementale boekdelen.
In de uitgavenontwerpen vindt men al massa's gegevens per departement. Wie nog dieper wil graven, kan zich verdiepen in nog eens een vijftiental aparte boekdelen.
Tekst: René De Witte





Mail door







