VDB: Nico Mattan interviewt zijn boezemvriend Frank Vandenbroucke (P-magazine 29 april 2008)
13 oct '09 in Actua door Karsten
“Misschien zit het erop en besef ik het nog niet”
Ik ben God niet, de biografie van godenkind Frank Vandenbroucke (33), ligt eindelijk in de winkel. Omdat VDB ze in hoogsteigen persoon kwam voorstellen, blies het Vlaamse wielerjournaille verzamelen in het chique Marriot Hotel in Gent. P-journalist van dienst was zijn boezemvriend Nico Mattan (36).
Nico Mattan en Frank Vandenbroucke zijn al jaren vrienden. Ze hebben lange tijd voor dezelfde ploegen gereden (VDB als kopman, Mattan als knecht) en ze hebben jaren de kamer - en soms zelfs het bed - gedeeld. Er zijn dus weinig mensen die VDB beter kennen dan Nico Mattan. En dat weet ook VDB. In Ik ben God niet verwoordt VDB het zo: “Veel heb ik te danken aan Nico Mattan. De jongste jaren kende onze relatie pieken en dalen en vaak heb ik getwijfeld aan zijn oprechtheid, maar toen ik hem in Ieper naast mijn bed zag staan na een zoveelste ziekenhuisopname, wist ik het zeker: hij is een echte vriend.”
Toch weet Mattan ook niet hoe zijn vriend er aan toe zal zijn als hij de luxueuze suite binnenstapt die de uitgeverij voor VDB gereserveerd heeft. Wellicht niet zo goed. De avond voordien heeft Mitsubishi-Jartazi, de ploeg van Vandenbroucke, beslist om de gevallen engel niet meer te betalen. “Tot Frank zich weer klaar voelt om te koersen.” Daarnaast zijn er opnieuw de verhalen over een nog steeds verslaafde en depressieve Vandenbroucke.
Toch is er ook licht in de duisternis. VDB mag na een jaar eindelijk weer zijn dochter zien en dat heeft hem ongetwijfeld goed gedaan.
Als Mattan de suite binnenstapt, wordt hij meteen omhelsd door VDB. “Copain! Lang geleden. Comment ça va?” Mattan nestelt zich in de zetel naast zijn boezemvriend. Op twee meter daarvandaan zit iemand van de uitgeverij met daarnaast iemand van het sportmanagementbureau Celio. De waakhonden zullen het hele interview nauwlettend volgen.
Op audiëntie bij God?
NICO MATTAN: Frank man! Toen we het hotel binnenkwamen, dacht ik dat de pers zat te wachten op Robbie Williams of George Clooney. Ben je - in tegenstelling tot wat de titel van je boek beweert - dan toch God?
FRANK VANDENBROUCKE: (schudt het hoofd) “Ik vond die titel gewoon mooi passen. Je moet maar eens op de Berendries gaan fietsen. Daar staat het er nog vol van: ‘VDB is terug. VDB is God.’ Maar niemand is God, en dat besef meer dan wie ook. Wat vind je trouwens van de coverfoto? Vind je hem mooi?”
MATTAN: Absoluut. Une photo d’un beau mec. Als de vrouwen nu niet voor je vallen, doen ze het nooit!
VANDENBROUCKE: (lacht luid) “Vooruit, copain. Vraag maar wat je te vragen hebt.”
MATTAN: Wel, er is één ding dat me al een tijdje bezighoudt. Wat zit je tegenwoordig godganse dagen in Italië te doen?
VANDENBROUCKE: (schuift wat ongemakkelijk in zijn stoel) “Wanneer?”
MATTAN: Nu. De laatste weken. Waar hou jij je mee bezig?
Plots valt Franks masker af. VDB zoekt naar woorden, hij vecht tegen de tranen en hij probeert zijn bevende handen tevergeefs onder controle te krijgen.
VANDENBROUCKE: “Waarom wil je dat weten?”
De man van Celio komt onmiddellijk tussenbeide. “Het is de bedoeling dat er alleen over het boek wordt gepraat. Je mag het over alles hebben, behalve over dingen die na februari gebeurd zijn en die dus niet meer in het boek staan.”
VANDENBROUCKE: (stilletjes) “Laat maar, ik zal Nico’s vraag beantwoorden. Ik verblijf bij Davide, een Italiaanse vriend. In de ochtend train ik een beetje. (glimlacht flauwtjes) En in de namiddag doe ik van alles. Shoppen, wandelen… Kijk, ik ben naar Italië gegaan omdat ik Margaux een jaar niet had gezien. Drie weken geleden heb ik haar voor het eerst weer kunnen vastpakken. Dat was… heel mooi. Dat moet jij weten, Nico. Jij weet hoe ik met mijn kinderen omga, hoe graag ik ze zie.” (vecht opnieuw tegen zijn tranen)
MATTAN: Ik weet het, Frank. Maar wie is nu eigenlijk de vrouw van je leven?
VANDENBROUCKE: (zonder nadenken) “Sarah.”
MATTAN: Is zij echt je eerste keuze?
VANDENBROUCKE: “Ja. Een groot deel van het boek gaat over haar. Toen ik Sarah leerde kennen, is de miserie begonnen. Ik zag haar in de Vuelta van 1999 en was meteen verliefd. De liefde gaf me vleugels. Ik won twee etappes, de puntentrui… Ik voelde me de beste renner ter wereld. Op dat moment had ik alles: ongelooflijk veel geld, een mooi palmares en de mooiste vrouw ter wereld. Een paar weken later zou ik en niemand anders wereldkampioen worden in Verona, daar was ik zeker van. Maar op dat WK viel ik en brak beide polsen. En toen moest ik terug naar huis. In Ploegsteert was Sarah niet welkom. Er was Clothilde (de ex-vriendin met wie Frank een kind had en met wie hij ging trouwen; red.), er waren mijn ouders die Sarah niet accepteerden… Sarah stelde voor om in Italië te gaan wonen. Maar toen was ik daar nog niet klaar voor. Ik voelde me de eenzaamste mens ter wereld en begon drugs te pakken. Veel drugs. Gewoon om te vergeten. Je hebt met eigen ogen gezien wat de drugs met me deden, Nico. Je hebt het van dichtbij meegemaakt. Ik ging eraan kapot.”
MATTAN: Was het moeilijk om dat allemaal op papier te zetten? Om die periodes te herbeleven?
VANDENBROUCKE: “Bepaalde zaken waren heel moeilijk. Sommige passages waren zo emotioneel dat… (zwijgt) We hebben lang aan dit boek gewerkt. In april 2006 zijn we eraan begonnen. Maar door de ups en downs raakte het boek nooit af. En natuurlijk moesten er steeds weer nieuwe hoofdstukken aan toegevoegd worden.”
De vrouwen van VDB
MATTAN: Ondanks het feit dat ik het allemaal van dichtbij heb meegemaakt, vraag ik me nog vaak af wie of wat er nu de precieze oorzaak van is geweest dat je sinds 2000 geen topcoureur meer bent.
VANDENBROUCKE: “Ik denk dat de zaak Sainz in 1999 de rechtstreekse aanleiding is geweest. (VDB werd ervan verdacht doping te hebben gekregen van Bernard Sainz, alias dokter Mabuse. Hij werd na enkele weken gezuiverd; red.) Toen Cofidis me voor onbepaalde tijd op non-actief zette, sloegen de stoppen door. Ik had net de belangrijkste koers in mijn leven gewonnen (Luik-Bastenaken-Luik; red.), maar in plaats van een held was ik van de ene dag op de andere een crimineel. Ik weet nog dat ik toen met mijn moeder op visvakantie ben vertrokken. Maar in plaats van te vissen, nam ik vooral drugs. Bèng! Bèng! Ik zette me het ene shot na het andere. Die affaire heeft me gekraakt. Maar laat me eerlijk wezen: ook zonder de zaak-Sainz zouden mijn leven en carrière allesbehalve probleemloos verlopen zijn. Ik weet intussen hoe ik in elkaar steek, wat voor karakter ik heb.”
MATTAN: Ik kan me die periode nog goed herinneren. Al denk ik dat je problemen vooral begonnen toen je Clothilde hebt verlaten. Clothilde was volgens mij de perfecte rennersvrouw, alleszins beter dan Sarah.
VANDENBROUCKE: “Ik ben het niet met je eens. Daarbij: ik hield niet meer van Clothilde. Dan kon ik toch niet meer bij haar blijven?”
MATTAN: Ik weet niet of Sarah wel goed was voor je carrière, Frank. Ik zeg altijd: een coureur moet een goede rennersvrouw achter zich hebben.
VANDENBROUCKE: (lacht) “Maar de coureur moet dan wel een goede coureur zijn, hè. Kijk: ik heb Sarah op dat vlak altijd verdedigd. Omdat ik weet dat de fout bij mij ligt. Ik heb mijn eigen carrière schade berokkend. Niet zij.”
MATTAN: Wat volgens mij ook een zware klap is geweest, was het feit dat Clothilde later getrouwd is met je eigen neef. Nochtans heb ik daar niks over teruggevonden in je boek.
VANDENBROUCKE: “Daar heb ik het niet over gehad omdat ik het niet belangrijk vond. Vanaf het moment dat ik Sarah leerde kennen, heb ik voor haar geleefd en heb ik haar verdedigd. Andere vrouwen lieten me koud.”
The end?
MATTAN: Nog meer dan een goede vrouw heb je de laatste jaren vooral een thuis gemist, denk ik. Een plek waar je altijd terug kon komen. Kijk naar Tom Boonen. Die had deze winter geen lief en toch heeft hij in die maanden de basis gelegd voor zijn zege in Parijs-Roubaix. Dat kan alleen maar omdat hij terecht kan in het warme nest waar hij is opgegroeid.
VANDENBROUCKE: “Dat is waar. De laatste jaren heb ik geen thuis meer gehad. Ik was niet altijd welkom bij mijn ouders en zelf verhuisde ik van hot naar her. Omdat ik dacht: in een nieuwe omgeving kan ik misschien opnieuw beginnen, dan laat ik gewoon mijn problemen achter in Ploegsteert, Lebbeke of Nieuwkerke. Helaas, na een tijd besefte ik dat de problemen in mijn hoofd zaten.
»Sinds ‘99 ben ik nog maar één periode echt ‘genezen’ geweest. Het jaar dat ik voor Domo reed (in 2002; red.). Ik had een perfecte winter doorgemaakt en was van de drugs af. Negen maand was ik helemaal clean! Sarah en ik waren in die korte periode perfect gelukkig. Jammer genoeg werd Bernard Sainz net dan aangehouden bij een verkeerscontrole. Bij de huiszoeking die daar bij mij thuis op volgde, werd er een doos dopingproducten gevonden. Ik ging weer de dieperik in.”
MATTAN: Ik kwam en kom goed overeen met je familie. Je pa hoor ik de laatste maanden zelfs meer dan jou. Als ik iets weet over jou, weet ik het meestal van je pa.
VANDENBROUCKE: “Ik weet dat ik niet altijd een even goede vriend ben geweest. Maar als ik je niet meer zie, bel of hoor, dan…” (zwijgt)
MATTAN: Ik weet het. Als je je gsm niet opneemt of geen sms’jes beantwoordt, gaat het meestal niet goed me je.
VANDENBROUCKE: (knikt) “Dan mag je je zorgen maken. Onze relatie is er eentje met ups en downs, vooral van mijn kant. Ik weet dat ik niet de makkelijkste ben, maar je stond er altijd als ik je nodig had. Dat ik je daar dankbaar voor ben, heb ik in mijn boek geschreven, al veronderstel ik dat je dat zo ook wel weet.”
MATTAN: Soms denk ik: moet ik Frank raad geven, moet ik hem helpen? Maar dan besef ik altijd dat je slimmer bent dan ik. En oud genoeg om eigen keuzes te maken.
VANDENBROUCKE: “Maar jij bent veel stabieler dan ik. Je hebt een veel stabieler leven.” (stilte)
MATTAN: Komt er nog een vervolg op dit boek?
VANDENBROUCKE: “Wat bedoel je?”
MATTAN: Over wat je de komende jaren nog - al dan niet in het peloton - gaat uitsteken?
VANDENBROUCKE: “Ik heb nog geen moment aan een vervolg gedacht. Jij wel?”
MATTAN: Wat ik eigenlijk bedoel: denk je dat je in de toekomst nog gaat koersen?
VANDENBROUCKE: (ongemakkelijk lachje) “Natuurlijk. Waarom niet?”
MATTAN: Omdat ik soms denk dat het misschien beter zou zijn als je renner af was en…
De waakhond van Celio komt tussenbeide. “Ik zou liever hebben dat je het weer over het boek hebt.”
VANDENBROUCKE: (kijkt Mattan in de ogen) “Kijk Nico, ik heb altijd gezegd dat ik een boek ging schrijven als mijn carrière erop zat. (lacht) Misschien is het inderdaad zo ver en besef ik het nog niet. Maar ik denk toch dat ik nog een tijdje renner blijf. Ik koers nog graag, ik wil het nog. Ik weet dat dit niet erg geloofwaardig klinkt, maar het is zo.” (slaat zijn ogen neer)
Superknecht
MATTAN: Ik hoop alleszins dat het nog goed komt met je. Want ik besef dat ik veel, zoniet alles, aan je te danken heb. Jij hebt me geholpen toen ik wegens hartritmestoornissen tijdelijk moest stoppen met wielrennen, jij hebt me Bernard Sainz leren kennen, jij hebt me bij Cofidis binnengebracht…
VANDENBROUCKE: “Daar zijn vrienden toch voor? Ik was blij dat ik dat kon doen. Bij Cofidis had ik het helemaal voor elkaar. Ik was kopman en ik had de mensen rond mij gekregen die ik wilde. Jij, Jo, Peter… (Planckaert, Farazijn; red.) Jammer genoeg heeft het niet lang geduurd.”
MATTAN: Eigenlijk was jouw vertrek bij Cofidis een zegen voor mijn carrière. Pas toen je weg was, begon ik aan eigen prestaties te denken. Daarvoor deed ik alles voor jou.
VANDENBROUCKE: (lacht) “Keuns (de bijnaam van Mattan; red.) deed inderdaad alles voor mij. Je spelde mijn rugnummer op voor de start, je waste mijn sokken, trui en koersbroek, je droeg mijn valiezen… Je was een knecht van de oude stempel. Maar je was van goudwaarde voor mij.”
MATTAN: Dat soort knechten vind je nu niet meer. Ik weet nog hoe wij vroeger onze koerskleren moesten drogen: we legden een handdoek open, legden onze natte kleren erop, vouwden alles toe en stapten daar een paar keer overheen met onze blote voeten. Zie je het de jonge renners nu al doen?
VANDENBROUCKE: (lacht) “Ze zouden nogal staan kijken.”
De waakhond van Borgerhoff & Lamberigts onderbreekt het gesprek. Onze tijd zit erop. De volgende journalist staat al klaar.
Mag ik eindigen met de vraag hoe het nu met je gaat, Frank?
VANDENBROUCKE: “Ik heb ongelooflijk afgezien van het feit dat ik mijn dochter niet mocht zien. Maar de dag dat ik te horen kreeg dat ik ze vanaf nu elke zaterdag mag bezoeken, was ik de gelukkigste mens ter wereld. Vandaar dat ik nu ook eerlijk zeg dat koersen me momenteel niet interesseert. Ik zou het verschrikkelijk vinden als ik mijn dochter niet zou kunnen zien omdat ik ergens een koers zou moeten rijden. Vandaar dat ik zelf aan Patrick (Stallaert, de manager van Mitsubishi-Jartazi; red.) heb gevraagd om mij tijdelijk van de payroll te schrappen. Ik wil niet betaald worden als ik niet in staat ben om te koersen.”
De conclusie van Nico Mattan
NICO MATTAN: “Ik had de indruk dat Frank zich compleet verloren voelt. Hij weet niet wat er gaat gebeuren. Zowel op sportief als op familiaal vlak is zijn toekomst onzeker en dat vreet aan hem, dat zie je. Diep in zijn binnenste weet hij dat hij nooit meer op een deftig niveau zal presteren. Alleen weigert hij de handdoek in de ring te gooien. Waarom? Pff, ik weet het niet. Frank is meer dan getalenteerd genoeg op andere vlakken. Waarom wordt hij geen wijnsommelier? Hij kent echt alles van wijnen en hij kan het goed uitleggen. En wie zou er op restaurant Frank Vandenbroucke niet aan zijn tafel willen krijgen met wat wijntips?
»Voor de rest hoop ik maar één ding: dat hij Sarah kan vergeten. Dat is de enige manier waarop hij nog gelukkig kan worden, vrees ik. Op voorwaarde dat hij zijn dochters mag blijven zien. Want Frank is een familiemens, zijn kinderen zijn alles voor hem. En hij is alles voor hen. Echt waar, in de ogen van zijn dochters is Frank nog steeds God. Wat de titel van zijn biografie ook mag beweren.
»Natuurlijk maak ik me ook zorgen om Frank. Ik denk wel eens: als hij maar geen tweede Pantani wordt. Ik heb me vaak afgevraagd hoe hij gered kan worden. Eerst en vooral moet hij dringend beseffen dat hij nog steeds grote problemen heeft. Pas dan kan hij geholpen worden.”
Interview: Nico Mattan
Opgetekend door Jonas Heyerick
‘Ik Ben God Niet’ verschijnt bij Borgerhoff & Lamberigts. Het boek telt 342 pagina's en kost 21,50 euro
www.borgerhoff-lamberigts.be





Mail door








