VDB: Het fenomeen Frank Vandenbroucke (P-magazine 9 augustus 2007)
13 oct '09 in Actua door Karsten
“Mijn comeback wordt de grootste uit de wielergeschiedenis”
Vorige week stond Frank Vandenbroucke aan de start van het Dernyspektakel in Antwerpen. Gesponsord door, jawel, P-magazine! In ruil voor onze gulheid mochten wij VDB exclusief volgen. En met hem praten, dat spreekt.
6 juni, ergens in Milaan. Frank Vandenbroucke zucht. En weent. Het zijn oprechte tranen van wanhoop en verdriet. Hij heeft zonet voor de tiende dag op rij croissants gebracht naar het ouderlijk huis van zijn Italiaanse vrouw, Sarah Pinacci, in de hoop dat de liefde van zijn leven en de moeder van zijn dochtertje Margaux, toch bij hem terug zou keren. Helaas, Sarah laat zich niet zien of horen. De boodschap is duidelijk: ze wil niet langer met Frank samenleven. Meer nog: ze wil dat hij uit haar leven en dat van Margaux verdwijnt. ‘De zeven jaren die ik bij jou was, waren een hel. Ik heb niks anders gekend dan doffe ellende.’
Terwijl Sarah’s woorden in het hoofd van de voormalige wielergod blijven rondspoken en hem blijven steken als een korzelige bij, beseft VDB plots dat hij helemaal alleen is op deze wereld. Met zijn ouders leeft hij al jaren op gespannen voet, vrienden heeft hij nauwelijks meer. Als klap op de vuurpijl is hij nu ook nog vrouw en kind kwijt, de enige twee mensen die er voor hem nog toe deden. Dat besef doet hem duizelen. En dan neemt hij een besluit: zo kan en wil hij niet verder leven. Hij slikt een handvol slaappillen en antidepressiva om het bewustzijn te verliezen. Maar eerst neemt hij een mes. Een groot mes. En snijdt vervolgens zijn polsen over. Frank kijkt nog even toe hoe het bloed langzaam maar zeker opwelt uit die gapende wonden. Hij voelt hoe hij traag wegzakt in een soort van zalige bewusteloosheid. ‘Gek’, denkt Frank nog. ‘Mijn bloed is even rood als de kleuren van Aqua & Sapone, mijn allerlaatste wielerploeg.’ Daarna gaat het licht bij hem uit. Definitief, denkt hij. Maar Il Bimbo d’Oro wordt nog net op tijd gevonden. Vijf, zes uur zweeft VDB in de schemerzone tussen leven en dood. Zijn sterke wielergestel houdt hem uiteindelijk in leven.
8 augustus, dernycriterium in Antwerpen. Frank Vandenbroucke plooit zich dubbel op de kasseitjes van de Antwerpse binnenstad. Achter hem zetten Belgische kampioen Stijn Devolder en Tourritwinnaar Gert Steegmans amechtig stoempend de achtervolging in. ‘Komaan, Frank!’ klinkt het luidkeels. Want alhoewel VDB al jaren geen koers van betekenis meer heeft gewonnen, wordt hij nog steeds het luidst van al toegejuicht. Na elke dernyreeks staan tientallen kinderen te smeken om een handtekening. Frank zet minzaam zijn krabbel, gaat mee op de foto en lacht naar het publiek. VieDieBie is hier met een missie: hij wil weer coureur worden, de harten van het publiek terugwinnen. Hen ervan overtuigen dat de kampioen van weleer kan terugkomen. Veel is daar niet voor nodig. Meerijden volstaat. Na al wat hij heeft meegemaakt, is het al een mirakel dat hij hier überhaupt aan de start staat. En renners kan volgen die messcherp uit de Tour komen. Het publiek is duidelijk blij dat The Golden Boy terug is. De mensen houden van vedetten die opstaan uit de doden.
Nog steeds verliefd
Diezelfde 8 augustus, enkele uren eerder. Vandenbroucke treedt binnen in café Den Engel. Het geroezemoes in de volkse kroeg, waar de échte Antwerpenaars al sinds jaar en dag hun Bollekes komen drinken, valt meteen stil. ‘Ies da na Vandenbroucke?’ wordt er gefluisterd. De stamgasten staren hem aan, als een geest. Hij is toch gekomen! VDB komt zich hier omkleden om deel te nemen aan het dernycriterium. Het wordt zijn derde koers in twee weken.
We volgen Frank naar de kleedkamer boven het café. Dat blijkt een rokerig zaaltje met een laag plafond en een snookertafel in het midden. Tegen de muren staan 34 kerkstoelen met de namen van de renners en hun gangmakers. Op een van de stoelen staat in drukletters V.D.B. Het is surrealistisch. VDB, de wielergod van weleer, de Golden Boy die ooit met rood geverfde haren aan de start van een koers verscheen, moet zich hier tussen alle andere renners omkleden in een krakend cafélokaal, waar de vrouwenbond zelfs geen bingoavond in zou willen geven. Er is één douche en daar moeten alle 34 deelnemers straks één voor één in. Frank laat het niet aan zijn hart komen. Hij oogt bijzonder ontspannen. Of we nog even een uurtje met hem mogen praten? “Tuurlijk, geen probleem.” De cafébazin leidt ons naar een stoffig bureeltje, waar een flinke voorraad sterke drank ligt opgestapeld. We wijzen naar een fles J&B. “Zullen we er eerst eentje nemen?” Frank weerstaat met een brede glimlach. “Nee, ik moet nog rijden.”
Je ziet er opvallend scherp uit, Frank.
FRANK VANDENBROUCKE: “Ik mag niet klagen. Ik weeg nu 68 kilo, nog 2 à 3 kilo boven het gewicht dat ik vroeger in topvorm had. Ik hoop die paar kilo’s zo snel mogelijk kwijt te raken.”
Want: je wil nog iets maken van je najaar?
VANDENBROUCKE: “Absoluut! Van 22 tot 26 augustus rijd ik de Regiotour in Duitsland, dan een paar semiklassiekers in Italië en België en tot slot echte klassiekers als Parijs-Tours en de Ronde van Lombardije. In die laatste wedstrijden wil ik me nog eens echt laten opmerken.”
Is dat wel mogelijk? Twee maanden geleden lag je nog als een hoopje ellende in een Italiaans ziekenhuis te herstellen van een zelfmoordpoging.
VANDENBROUCKE: “Dat is zeker mogelijk.” (grijnst)
Met andere woorden: je hebt nog altijd niet veel nodig om in vorm te komen?
VANDENBROUCKE: “Ik heb vooral mentale rust nodig. En die heb ik eindelijk weer gevonden. Ik ben weer fris in het hoofd en heb ongelooflijk veel goesting om te koersen.”
Waar heb je die mentale rust gevonden?
VANDENBROUCKE: “In Normandië, bij Bernard Sainz (alias dokter Mabuse; red.). Na de breuk met Sarah voelde ik mij alleen op de wereld. De zin om te leven was weg, ik voelde me overbodig op deze aardbol. Zelfmoord leek me de enige oplossing. Dat Sarah plots bij me wegging, had ik niet zien aankomen. Het ging geweldig tussen ons, we hadden er net een fantastische vakantie aan zee opzitten en vijf dagen voor de definitieve breuk hadden we nog samen plannen gemaakt om een huis te huren in Pescara. Ook op seksueel vlak was alles dik in orde. We vreeën nog even vaak en even liefdevol als vroeger. Er was geen vuiltje aan de lucht. Maar van de ene dag op de andere wilde ze bij me weg. ‘Ik ben dit leven kotsbeu. De zeven jaar dat ik bij jou ben, zijn een hel geweest.’ Geen verdere uitleg, niks. De enige oorzaak voor haar plotse vertrek die ik kan bedenken, is dat ze toen erg ziek was. Ze nam hormonen omdat ze bloedcysten op de eierstokken had. Ze woog nog amper 42 kg. Ze veranderde helemaal van persoonlijkheid.”
Je blijft heel lief voor Sarah.
VANDENBROUCKE: “Sarah blijft een fantastische vrouw waar ik nog steeds extreem verliefd op ben. Maar ik heb het recht niet om haar op te eisen, om haar bij mij te houden. Als zij zonder mij verder wil, moet ik dat respecteren.”
Gelijke middelen
Heb je ondertussen je dochter Margaux nog gezien?
VANDENBROUCKE: (slikt een paar keer) “Nee. Niet meer gezien of gehoord.”
Heb je geen recht om je dochter te mogen zien?
VANDENBROUCKE: “Misschien wel. Maar ik zou ze momenteel toch niet kunnen opvangen. Ik heb mijn leven zelf nog niet in de hand. Waar ga ik straks wonen? Wat zal ik straks doen? Maar ik zou alles doen om Margaux even te kunnen horen. (zwijgt) De kans bestaat dat ik haar nooit meer zal zien.”
Dat moet een ondraaglijke gedachte zijn.
VANDENBROUCKE: (haalt diep adem) “Het is niet gemakkelijk. Maar wat moet ik doen? Margaux is bij Sarah en Sarah wil me momenteel niet horen of zien. ‘Als je me graag ziet, moet je me loslaten’, heeft ze gezegd. Ik besef nu dat we nooit meer een koppel zullen zijn. Dat hoofdstuk heb ik definitief afgesloten. Ik mag geen energie meer blijven steken in het wachten en het hopen op haar terugkeer. Daaraan ga ik kapot. Ik moet verder.”
Is dat de raad die Sainz je heeft gegeven?
VANDENBROUCKE: (knikt) “Bernard is een vriend. Hij is me komen halen uit die psychiatrische instelling in Ieper en heeft me meegenomen naar zijn hoeve in Normandië. Het eerste wat hij gedaan heeft, is me totaal laten ontgiften. Mijn lichaam zat vol vuiligheid na drie weken ziekenhuis. Vooral in Italië werd ik platgespoten met kalmeermiddelen.”
Wat deed je bij Sainz de hele tijd?
VANDENBROUCKE: “De eerste tien dagen heb ik geen fiets aangeraakt. Ik dwaalde rond in de bossen en praatte urenlang met Bernard. Langzaam voelde ik me weer mens worden en kreeg ik zelfs weer zin om te trainen. Bernard is nu al 50 dagen constant bij mij en daar ben ik hem dankbaar voor. Hij heeft een grote invloed op mij. Ik waardeer en vertrouw hem. Wat hij zegt, is voor mij de waarheid.”
Wat zegt hij zoal?
VANDENBROUCKE: “Hij geeft antwoorden op de vragen die ik hem stel. Ik vroeg hem wat Margaux van mij zal denken nu ze me lange tijd niet ziet of hoort. Misschien denkt ze dat ik haar in de steek laat. Bernard zijn antwoord: ‘Hoe meer je kind jou niet ziet, hoe groter haar liefde voor je wordt’. Dat was een opluchting voor mij. Ik weet ook dat hij de waarheid sprak, want toen Cameron (het dochtertje dat Frank heeft bij zijn ex-vriendin Clothilde; red.) mij destijds een tijdlang niet te zien kreeg omdat ik in Italië woonde, bleef ze me toch even graag zien. Bernard geeft ook antwoorden op de vragen die ik hem stel over mijn carrière. Ben ik niet te oud? Kan ik mijn topniveau opnieuw halen?”
Is dat wel echt nodig? Is weer gezond en emotioneel stabiel worden nu niet veel belangrijker?
VANDENBROUCKE: “Nee. Mijn wielerhoofdstuk is nog niet afgesloten. Op deze manier kan en wil ik geen afscheid nemen van mijn sport. Ik zie nog mogelijkheden als renner. Sinds die huiszoeking in 2002 rijd ik op aspirines en niks anders. Ik zit te wachten tot iedereen op die manier koerst. Met gelijke middelen. Die tijd lijkt nu aangebroken.”
Je bedoelt: het wielrennen is zuiverder dan ooit?
VANDENBROUCKE: “Ik denk het. In het wielrennen van vandaag staat de klasse weer voorop, datgene wat je van mama en papa hebt meegekregen. (zwijgt even en grijnst) Die klasse is naar het schijnt altijd mijn grote troef geweest. Ik was de beste renner in België van mijn 14de tot mijn 18de. Toen zei iedereen: ‘Frank is de klasrijkste renner die er rondrijdt.’ Wel, ik ben zeer, euh, impatient om te tonen dat ik nog steeds dezelfde ben.”
Heb jij ooit doping genomen?
VANDENBROUCKE: “Daar ga ik niet op antwoorden.”
Dat houd je voor in je biografie, Ik Ben God niet?
VANDENBROUCKE: (droog) “Dat kan.”
Als het waar is wat je vertelt, werd je in 2003 helemaal zuiver 2de in de Ronde van Vlaanderen.
VANDENBROUCKE: (knikt) “Tegen renners die misschien niet zo zuiver op de graat waren. Alhoewel, ik denk dat de winnaar van toen (Peter Van Petegem; red.) ook op boterhammen met hesp reed.”
Het kromme pad van het leven
Hoe is de relatie met je ouders ondertussen?
VANDENBROUCKE: “De plooien zijn gladgestreken. Ik ga bijna elke dag bij hen langs. En ik fiets geregeld met mijn vader. Ondertussen begrijpen zij mijn situatie en ik de hunne”
In een interview met Dag Allemaal was je vader nochtans niet mals voor jou. Hij omschreef de tien dagen die je bij je ouders verbleef als een hel.
VANDENBROUCKE: “Ik heb dat interview niet gelezen. Dat hoefde niet, ik wist wat er in zou staan. Ik begrijp dat ze geshockeerd waren door mijn attitude toen ik kort na mijn zelfmoordpoging bij hen heb introk. Ik was mezelf niet.”
Maar was je ook gewelddadig? Je vader zei dat hij doodsbang voor je was.
VANDENBROUCKE: “Bah, mijn vader weegt 100 kilo. Ik denk niet dat hij echt bang van me was. (lacht) Maar het klopt: ik was nerveus, gestresseerd en agressief. Ik sprak met niemand. Als ik mijn mond opendeed, was het om mensen af te blaffen. Uiteindelijk konden mijn ouders niet anders dan me laten opnemen. Ze hebben het juiste gedaan.”
Je vader zei nog in Dag Allemaal: ‘Nu moet eerst de mens Vanden¬broucke gered worden. De coureur Vandenbroucke kan me gestolen worden.’
VANDENBROUCKE: “Daarvoor zijn het mijn ouders, hè. Maar een tijd geleden heeft mijn vader mij in alle ernst gevraagd of ik nog wilde koersen. Sinds ik ‘ja’ heb gezegd, doen ook mijn ouders er weer alles aan opdat ik kan terugkomen.”
Ben je niet bang dat, als je je straks weer helemaal top voelt, je opnieuw een klap krijgt? Want soms lijk je het noodlot wel aan te trekken.
VANDENBROUCKE: (zucht) “Ik weet het. Ik heb de laatste jaren een zeer moeilijk parcours afgelegd. Maar daar mag ik nu niet aan denken. Nu moet ik de juiste mensen zoeken die me kunnen helpen bij mijn comeback. Dan moet ik binnen 5 à 6 maanden helemaal terug zijn. Deze winter ben ik alleszins van plan om in België te blijven. Veel op de piste rijden, zoals vroeger. En tijd doorbrengen met vrienden en familie.”
Nochtans had je België een jaar geleden nog uitgespuwd.
VANDENBROUCKE: “Ik was de media-aandacht beu en het feit dat ik harder dan de anderen werd aangepakt, gewoon omdat ik VDB was. Maar daar heb ik me overheen gezet. Pas nu besef ik wat voor steun ik in België nog steeds krijg, hoe graag de mensen me nog zien. Toen ik twee weken terug in Aalst voor het eerst sinds lang weer op Belgische bodem reed, werd ik het luidst van al toegejuicht. Een ongelooflijk gevoel.”
Hoe komt het dat je zo populair blijft? Uiteindelijk heb je al jaren geen koers meer gewonnen.
VANDENBROUCKE: “Ook al denken we allemaal dat we uniek zijn, op emotioneel vlak zijn we allemaal hetzelfde: fragiel. Ik heb problemen gehad met vrouwen, drugs… Maar ik ben niet de enige. Veel mensen kunnen zich identificeren met mij, met mijn moeilijke levensparcours. Het pad van het leven gaat nooit mooi rechtdoor, hè.”
Money, money, money
Je woont momenteel alleen in je huis in Nieuwkerke. Is het niet verschrikkelijk lastig om elke avond alleen thuis te zitten in dat grote huis in Niewkerke?
VANDENBROUCKE: “Ik ben nooit alleen. Momenteel wonen Bernard en zijn zoon bij mij. Ik ben trouwens iemand die niet alleen kán zijn, behalve als ik me héél slecht voel.”
Hoe zit het eigenlijk met je financiële toestand? Sarah verklaarde tegen de Gazetto dello Sport dat jullie nog nauwelijks rondkwamen.
VANDENBROUCKE: “Sarah heeft dat interview in een vlaag van woede en fragiliteit gegeven. Er stonden veel dingen in die niet juist waren. Maar ik moet er geen tekeningetje bij maken: ik heb het niet meer zo breed als vroeger. Als ik vroeger goesting had om met een gele Ferrari rond te rijden, dan kocht ik er een. Als ik kleren ging kopen, gaf ik minstens € 2.000 uit. Dat kan nu niet meer. Maar ik vind dat niet erg. Integendeel. Toen ik 24 was en hopen geld verdiende, kende ik de waarde van geld niet. Ik apprecieerde de dingen en de luxe rondom mij niet meer. Ik vond alles maar normaal. Nu weet ik maar al te goed wat de dingen kosten.”
Maar arm ben je nog niet?
VANDENBROUCKE: (lacht) “5.000 à 6.000 Euro per maand bij Aqua & Sapone, plus het geld dat ik opstrijk voor de criteriums… Daar kan je nog van leven, hoor.”
In de krant lazen we dat een van de organisatoren van het avond¬criterium in Kortrijk vermoedde dat je € 125 startgeld zou krijgen, zoals de minder bekende renners.
VANDENBROUCKE: (lacht) “Nee. Die mens is slecht geïnformeerd. Mijn prijs is wel gezakt in vergelijking met zeven jaar geleden, maar niet gekélderd, hè.”
Worden je belangen nog steeds behartigd door je manager, Paul de Geyter van Celio (het vroegere SEM)?
VANDENBROUCKE: “Nee.”
Waarom niet? Bracht je niet genoeg geld meer op?
VANDENBROUCKE: “Euh, misschien. Ik had ook geen manager meer nodig. Vroeger moest Paul allerhande contracten voor mij onderhandelen. Toen was er nog veel vraag naar mij, ook voor publiciteit en dergelijke. Dat is nu anders. Maar Paul is een vriend gebleven. Hij heeft me niet laten vallen.
»Het is goed dat ik eindelijk zelf wat dingen doe. Vroeger werd alles voor mij gedaan. Ik hoefde maar dit te doen (knipt met de vingers) en het kwam in orde. Ik wist niet hoeveel er op mijn bankrekening stond, hoeveel geld ik uitgaf en waar ik het aan uitgaf. Ik wist niet eens hoe ik een bankoverschrijving moest doen.”
Leven met een junk
Heb je zelf fouten gemaakt?
VANDENBROUCKE: “Natuurlijk. Toen ik in ’99 door Cofidis ten on¬rechte voor twee maanden werd geschorst, heb ik me in de drugs gestort. Om de realiteit te ontvluchten. Ik had net op magistrale wijze Luik-Bastenaken-Luik gewonnen en elke dag moest ik lezen dat ik dat op doping had gedaan. Al mijn overwinningen waren plots vals. Ik kon dat niet aan. Ik werd gek. Ik nam de wagen en ging tien dagen vissen, zonder dat iemand wist waar ik zat. En ondertussen slikte ik amfetamines aan de lopende band. Alleen als ik high was, vergat ik alles.”
En toen je naam eenmaal gezuiverd was en je weer voor Cofidis mocht rijden…
VANDENBROUCKE: “…ging ik naar de Vuelta. Hoewel ik een half jaar eerder twee maanden niet op mijn fiets had gezeten, was ik meteen weer de beste van de wereld. Ik heb nooit zo rap gereden als toen. Ik reed een col omhoog om tempo te maken voor Jan Ullrich. Toen ik achter mij keek, zag ik niemand meer in mijn wiel zitten. Ik had ze allemaal gelost. (peinzend) Toen was ik echt té goed.
»Het drama vond plaats na dat seizoen. De dag na het WK in Verona (waar VDB ondanks twee gebroken polsen toch nog 7de werd; red.) kwam de klap. Mijn ouders praatten niet meer met me omdat ik gebroken had met Clothilde. In Ploegsteert kon ik daardoor amper nog komen, omdat de mensen me vies bekeken. Maar bij Sarah (die hij in de Vuelta had leren kennen; red.) in Italië werd ik ziek van medelijden met Clothilde. De hele winter heb ik tussen Italië en België gependeld. Kan je je dat voorstellen? Ik was de beste renner van de wereld, ik had een dik contract, ik had twee vrouwen die van me hielden en toch was ik de eenzaamste mens op aarde. Verschrikkelijk!”
Je bent na ’99 nog verschillende keren hervallen in je drugsverslaving. Ben je er nu helemaal van af?
VANDENBROUCKE: “Ja. Sinds 2005 heb ik geen amfetamines meer aangeraakt. Zelfs tijdens de recente crisis heb ik er niet naar teruggegrepen. Toen slikte ik vooral slaappillen.”
Maar toen je samenleefde met Sarah, was je gedurende verschillende periodes wel verslaafd?
VANDENBROUCKE: (met neergeslagen ogen) “Het moet verschrikkelijk voor haar geweest zijn om met een junkie samen te leven.”
Geef je nu toe een junk te zijn geweest?
VANDENBROUCKE: “Natuurlijk was ik een junk! Ik had de amfetamines nodig, was er bij momenten afhankelijk van.”
Heb je sinds je breuk met Sarah genoeg van de vrouwen?
VANDENBROUCKE: “Zeker niet. Ik ben niet gemaakt om alleen te blijven. Ooit hoop ik opnieuw de liefde van mijn leven tegen te komen. Liever vandaag dan morgen. Want: een verliefde Vandenbroucke die vliegt... Dat heeft iedereen gezien in die Vuelta van ‘99. Misschien moet ik een oproep doen in P-magazine: ‘Mooie, lieve vrouwen die geïnteresseerd zijn, moeten het maar laten weten’.” (lacht)
Je dacht even dat je al opnieuw van straat was. Maar die prille relatie liep af op een sisser.
VANDENBROUCKE: (grijnst) “Ik had Sylvie leren kennen op café in Kortrijk. Een tijdje later vroeg ze of ze met haar kind tot bij mij in Normandië mocht komen. Dat mocht van Bernard. Die eerste avond reden er iets na middernacht twee combi’s de oprit op. Bernard was al gaan slapen, ik zat met Sylvie nog wat te praten. Ik ben naar boven gegaan en heb Bernard wakker gemaakt. Toen we opendeden, bleek dat ze niet voor Bernard kwamen, maar voor mij. ‘Is hier een vrouw met een kind?’ vroegen ze. Toen kreeg ik te horen hoe de vork in de steel zat. Sylvie was getrouwd en haar man had de politie gemeld dat ik haar en haar dochter ontvoerd had. Ik heb Sylvie meteen aan de deur gezet. Ik had al veel meegemaakt, maar dat nog niet. (lacht) Je ziet: ondertussen kan ik ermee lachen.”
Op je rug heb je een grote tattoo staan met de tekst ‘Immortal’. Heb je die laten zetten na je zelfmoordpoging?
VANDENBROUCKE: “Nee, ik heb die al sinds 2004, toen Sarah me de eerste keer verliet. Ik vind Immortal goed bij me passen. Ik heb me al vaak onsterfelijk gevoeld. Niet alleen nu na mijn mislukte zelfmoordpoging. Ook na die talloze keren dat pers en gerecht me probeerden te kraken. Maar echt breken doe ik nooit.”
Tot slot: hoe zou je graag herinnerd worden als je over vijf jaar je fiets aan de haak hangt?
VANDENBROUCKE: “Als een groot talent dat een bijzonder en moeilijk leven heeft geleid. En die ondanks alles nooit de moed heeft laten zakken. Ook nu niet. Ik ben vast van plan terug te komen. Als dat lukt, is mijn comeback spectaculairder dan die van Armstrong na zijn kanker. Meer nog: als ik nu nog terug aan de top kom, is dat de grootste comeback uit de wielergeschiedenis.”
Ook de talrijk opgekomen wielerliefhebbers in Antwerpen geloven in een zoveelste comeback van VDB. Terwijl Belgisch kampioen Stijn Devolder en bijna Ronde van Vlaanderen-winnaar Leif Hoste nauwelijks een beleefdheidsapplausje krijgen wanneer ze op het podium worden geroepen, gaat het dak eraf als de speaker Frank Vandenbroucke aankondigt. Een extra motivatie, naast de aanwezigheid van zijn ouders en dochtertje Cameron, die Vandenbroucke duidelijk vleugels geeft. Winnen zit er echter (nog) niet in. Die eer is weggelegd voor Gert Steegmans. VDB wordt knap vierde. “Maar,” zegt Frank ons terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd wist, “ik heb me geamuseerd op de fiets. En dat is het enige wat voorlopig telt.” Waarna het gevecht om die ene douche kan beginnen.
“Frank kan de Tour nog winnen”
Op het na-Tourcriterium was er één man die nauwelijks van Franks zijde week: Bernard Sainz, de goeroe die VDB door zijn recentste crisis heen trok. Gevraagd om een woordje uitleg toonde de illustere dokter Mabuse zich al even vriendelijk en bereidwillig als zijn pupil. Sainz mag dan een bedenkelijke reputatie hebben, hij heeft zich het lot van de gevallen Golden Boy duidelijk erg aangetrokken.
BERNARD SAINZ: “Zodra Frank na zijn zelfmoordpoging wakker werd in het ziekenhuis van Milaan, heeft hij naar mij gebeld. Ik was de enige in wie hij nog vertrouwen had. Als iemand je vanuit de afgrond de hand reikt, dan neem je die aan. Ik ben hem uit de psychiatrische kliniek in Ieper gaan halen en heb hem bij mij thuis laten logeren. Ik voel me verantwoordelijk voor hem. Frank is in ’99 in opspraak gekomen door mijn affaire. Daarmee is zijn misère begonnen. Het was mijn taak om hem nu te helpen.
»Toen ik hem ophaalde, was Frank lichamelijk en emotioneel een wrak. Hij wist niet waarheen. In zijn huis in Nieuwkerke kon ik hem niet achterlaten. Hij had geen water en geen elektriciteit. En er waren geen glazen, of servies, laat staan meubels. In de kliniek hadden ze hem dagelijks hoge dosissen medicamenten en kalmeermiddelen toegediend. Hij was volledig versuft. Met natuurkundige en homeopathische middelen heb ik zijn lichaam schoon gespoeld. Daarna begon de mentale zuivering. We hebben zeer veel gepraat.”
Wat hebt u hem dan zoal gezegd?
SAINZ: “Het belangrijkste is dat ik niet oordeel. Veroordelen is niet begrijpen. En Frank heeft net iemand nodig die hem begrijpt. Ik heb hem geleerd hoe hij zichzelf weer graag kan zien. Dat is de basis van alles. Hij moest het vorige hoofdstuk afsluiten en aan een nieuw beginnen. En daar is hij mee bezig. Bekijk hem nu. Hij ziet er stralend uit. Hij heeft weer plezier in zijn vak. Maar ik blijf constant bij hem. Anders bestaat de kans dat hij opnieuw zal kraken. Frank kan niet alleen zijn. Als hij begint na te denken, komen er verwijten naar zichzelf. En vragen waarop hij antwoorden wil. Die probeer ik hem te geven.”
Hij is zijn gezin kwijt. Betekent de fiets zijn redding?
SAINZ: “De fiets is altijd zijn passie geweest. Het is goed dat hij zich daar nu volledig op kan focussen. Maar de sportwereld is een virtuele wereld. Als je succes oogst, trek je veel mensen aan. Maar als je stopt of van je voetstuk tuimelt, val je in een diep gat en is er plots niemand meer. Daarom is het belangrijk dat Frank ook in de échte wereld opnieuw een evenwicht vindt, want op een dag zal hij sowieso moeten stoppen met fietsen.”
Frank is bijna 33, aan amfetamines verslaafd geweest en een paar keer platgespoten in het ziekenhuis. Kan hij nog topprestaties leveren?
SAINZ: “Daar ben ik van overtuigd. Fysiologisch is Frank hooguit 26 jaar. Hij heeft gemiddeld twee maanden per seizoen gekoerst, zijn lichaam is verre van overtraind. Er zit nog veel frisheid in zijn spieren. En wat die drugs en medicatie betreft: als je gestel dat verteert, kan het er veel sterker uitkomen. Kijk naar Armstrong, hoe sterk die terugkeerde na de chemotherapie. Zo kan het bij Frank ook gaan. Hij recupereert enorm snel en heeft heel weinig nodig om in vorm te komen. Een maand nadat ik hem bij mij in huis had genomen, reed hij mee in het criterium van Aalst, tegen renners die net super afgetraind uit de Tour kwamen. Dat is ongelofelijk. Frank is een fenomeen. Ik wil met hem de Tour nog winnen. Frank is geen klassiek renner. Hij is gemaakt voor rittenkoersen. In 2002 won hij de twee koninginneritten in de Vuelta. Daar heeft hij bewezen dat hij een rondezege in de benen heeft. En ik zeg u: het zit er nog altijd in.”
Tekst: Jonas Heyerick en Raf Liekens
Foto’s: Filip Naudts





Mail door








