VDB: De Golden Boy krijgt weer glans (P-magazine 3 oktober 2001)
13 oct '09 in Actua door Karsten
Met spijt in ons (journalisten)hart moeten wij u melden dat het gedaan is met de straffe uitspraken uit de mond van Frank Vandenbroucke. De golden boy wil weer a good guy worden, en wist ons alvast te overtuigen. (Voor een ritje in een Porsche verkopen wij namelijk onze ziel.) VDB is, na een twee jaar durende impasse, volop uit het dal aan het klimmen. Wij klommen even met hem mee.
Bijna dag op dag twee jaar geleden stond Frank Vandenbroucke op het punt de wereld te veroveren. Hij bewees in de laatste week van de Vuelta ‘99 dat hij en niemand anders de beste renner ter wereld zou worden.VDB won met groot machtsvertoon twee zeer lastige bergetappes en hielp terloops Jan Ullrich aan de eindzege. Daarna liep het grondig mis. De affaire Sainz, gezondheidsperikelen en familiale problemen deden het wonderkind uit Ploegsteert de das om. Mentaal ging Vandenbroucke er volledig onderdoor. Tot hij een aantal weken geleden op een druk bijgewoonde persconferentie zijn terugkeer aankondigde. Met de steun van zijn zwangere vrouw Sarah, kinesist Lieven Maesschalk, psycholoog Jef Brouwers en manager Paul De Geyter wil Frank opnieuw aansluiting vinden bij de absolute top. “Ik ben ervan overtuigd dat het gaat lukken”, blikt Frank vooruit. “Anders was ik er ook nooit aan begonnen. Want geloof me, ik kom van ver. Heel ver. Ik stond op het punt het wielrennen definitief vaarwel te zeggen. Gelukkig zag ik net op tijd in dat ik het fietsen nog steeds nodig heb. Nu is het aan mij om te bewijzen dat ik nog steeds het predikaat renner waard ben.”
Je bent sinds enkele dagen weer aan fietstrainingen toe. Wat moeten we ons daar zoal bij voorstellen?
VDB: “Het is de bedoeling dat ik de eerstkomende maand vooral op een recreatieve manier zal fietsen. Over echte trainingen kan je nog niet spreken. Vandaag heb ik twee uurtjes gereden. Rustig aan, welteverstaan. Het zijn pleziertochtjes om opnieuw de pedalen te voelen en het zadel weer gewoon te worden. Regen en wind? Kan me allemaal niet schelen. Als ik maar weer kan fietsen.
»Ondertussen blijf ik met Lieven ook andere sporten beoefenen. We hebben normaal gezien twee, als er gefietst wordt zelfs drie trainingssessies per dag. De prioriteit ligt momenteel nog bij krachttrainingen, functionele oefeningen voor mijn heup, kanaalzwemmen, taebo en spinning. Pas in december zal de fiets weer op de voorgrond treden. Ik blijf tenslotte een wielrenner, hè.”
Hebben er zich al ploegen gemeld?
VDB: “Dat zou je eigenlijk moeten vragen aan Paul De Geyter van mijn managementbureau SEM, dat is zijn job. Maar ik ga niet ontkennen dat er al heel wat ploegen interesse hebben laten blijken. Alleen vinden wij het nog veel te vroeg om nu al een beslissing te nemen. Je zult me dan ook niet horen vertellen om welke ploegen het gaat.”
In de kranten was te lezen dat Marco Pantani je graag naar Mercatone Uno zou halen.
VDB: “Het klopt dat Pantani me graag aan zijn zijde zou zien rijden. Mercatone Uno heeft me onlangs persoonlijk gecontacteerd. Maar het zou niet slim zijn om bij de ploeg van Pantani, rond wie zelf een hoop vraagtekens hangen, te tekenen. Ik denk niet dat ik volgend jaar voor Mercatone Uno rijd.”
Geloof je nog 100% in je terugkeer naar de absolute top?
VDB: “Ik geloof nog 200% in mijn terugkeer. Anders had ik niet al die moeite gedaan om te staan waar ik nu sta.Want ik heb afgezien de jongste maanden. Als je ziet van hoe ver ik kom, lijkt het wel een mirakel. Ik zat op een dood punt, wist niet eens of ik nog renner wilde blijven of niet. Die vraag heeft me wekenlang beziggehouden, nachtenlang heb ik wakker gelegen. Eén ding stond vast: als ik doorging, zou dat op een totaal andere manier moeten gebeuren dan vroeger. Nu ik beslist heb om door te gaan, train ik keihard. Ik denk niet dat ik ooit al zo hard en zo veel getraind heb als nu.”
Krijgen we een Vandenbroucke te zien die sterker is dan ooit? Moet de tegenstand alvast beginnen beven?
VDB: “Ho maar! Niet al te hard van stapel lopen, alstublieft. Maar toch moet ik nog sterker voor de dag kunnen komen dan in ’99, het jaar waarin ik mijn grootste triomfen behaalde (indrukwekkende winst in de Omloop Het Volk, Luik-Bastenaken-Luik en twee ritten in de Vuelta; red.). Ik weet dat ik toen nog niet echt aan mijn top zat. Vooral mentaal was ik zwak, maar ook fysiek had ik mijn plafond nog niet bereikt. Naar het schijnt is een renner lichamelijk op zijn sterkst rond zijn 27ste (VDB wordt op 6 november 27; red.). Ik hoop dat dat klopt. Maar eerst en vooral moet ik mijn plaats in het peloton weer innemen. Wat helemaal niet makkelijk wordt, want ik heb veel te lang stilgelegen. Dat zal sowieso zijn tol eisen en ook al gaat het momenteel zeer goed met mij, het serieuze werk en het harde labeur moeten nog komen. Ik zal keihard voor mezelf moeten zijn, maar ik ben er klaar voor.”
Je zei net dat je vooral mentaal zwak stond. Toch hing er voor de buitenwereld een aureool van mentale sterkte rond je.
VDB: “Dat klopte ook, ik denk dat weinig andere renners mentaal even sterk waren. Velen waren waarschijnlijk al gekraakt bij de
helft van wat ik te verduren kreeg. Uiteindelijk werden de problemen ook mij te veel. Maar toch wil ik terugkomen. Ik denk dat Virenque een beetje dezelfde mentaliteit heeft; hij kon ook met wielrennen gestopt zijn, hij heeft het geld allang niet meer nodig. Toch werkt hij keihard aan zijn terugkeer.”
Ben jij, net als Virenque, binnen?
VDB: “Wat is ‘binnen zijn’? Ben je binnen met 20 miljoen, 50 miljoen, 100 miljoen? Als ik momenteel stopte met wielrennen, zou ik misschien kunnen leven zonder nog ooit te hoeven werken. Ik zou wel mijn Porsche moeten verkopen, zou in een kleiner huis moeten gaan wonen en minder geld mogen uitgeven dan nu. Ik heb tenslotte aan de top gestaan, goed geld verdiend en redelijk wat gespaard. Maar ik heb geen zin om te gaan rentenieren. Ik wil weer koersen en liefst nog winnen ook.”
Nu we het toch over geld hebben. Stel je nog steeds hoge looneisen aan de ploeg die jou wil binnenhalen?
VDB: “Ik zal een salaris vragen waarvan ik denk dat ik het nog waard ben. Ik zal me alleszins niet laten verkopen als een vis waarvan men niet zeker is of hij nog wel vers is. Vandaar dat ik nog wil wachten met contractbesprekingen tot december. Dan kan ik met testen bewijzen hoe goed ik nog ben. Maar ik zal dus zeker niet aan het minimumloon gaan rijden. Ik heb nog een publicitaire waarde ook, nietwaar?”
Ongetwijfeld. Maar toch zal je nog heel wat aan je geloofwaardigheid moeten sleutelen. Velen hebben je voorgoed afgeschreven.
VDB: “Ik besef dat ik heel wat krediet verspeeld heb binnen het wielermilieu. Aan de andere kant weet ik ook hoe het er daar aan toegaat. Het ene moment hemelen ze je op, het andere moment verguizen ze je. Zo ben ik er zeker van dat ze nu al anders over mij praten dan twee maanden geleden. Ze hebben me zien trainen, hè. Ze hebben gezien dat ik er goed uitzie en zo’n nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje. Dat merk je ook aan de interesse van de ploegen. Hoewel mijn marktwaarde veel lager zou moeten liggen dan vorig jaar – ik zit nu al twee jaar in het sukkelstraatje en heb geenUCI-punten meer – stromen de aanbiedingen binnen. Dat heb ik te danken aan het team van mensen rond mij. Zij hebben mij weer gestructureerd laten werken, optimaal laten functioneren. Blijkbaar ziet ook de buitenwereld dat. En vergeet niet: een goede Vandenbroucke is nog altijd een meer dan uitstekende transfer.Voor gelijk welke ploeg.”
Ben je van plan om op lange termijn met Lieven, Jef en Paul te blijven samenwerken?
VDB: “Zeker en vast.Voor mij was de beslissing om hulp te gaan zoeken bij deze mensen waarschijnlijk de moeilijkste uit mijn hele carrière. Ik had het altijd helemaal alleen gedaan. Tot voor twee jaar lukte dat ook. Nu pas besef ik dat het fout was. Ik had misschien geen twee jaar verloren als ik mij al veel vroeger goed had laten omringen. Dit team zette me onmiddellijk weer met beide voeten op de grond. Met deze mensen werk ik waarschijnlijk verder tot het einde van mijn carrière.”
Je hebt twee jaar verloren. Wanneer en waarom is het destijds fout gelopen?
VDB: “Het is fout gelopen in ’99. Ik verloor mijn ploegmaat en boezemvriend Nico Mattan door hartproblemen, de zaak Sainz barstte los (VDB werd ervan verdacht doping te gebruiken van Bernard Sainz; red.), in de Vuelta leerde ik Sarah kennen, ondertussen zat ik in een scheidingsprocedure met mijn ex... De persoonlijke problemen stapelden zich op. Nochtans was ’99 op sportief vlak een absoluut topjaar. Na de zaak Sainz – waar de miserie volgens mij echt begonnen is – schitterde ik zelfs nog in de Vuelta. Toch sleepte ik al die problemen mee in mijn achterhoofd.
»Toen de voorbereiding op het seizoen 2000 in het water viel door mijn beide polsbreuken op het WK in Verona, explodeerde alles. De aaneenschakeling van tegenslagen had mij verwoest. Ik worstelde met een langetermijndepressie. Ik was echter op mezelf aangewezen en hoe dieper ik zakte, hoe meer ik ervan overtuigd was dat ik op mijn eentje uit het dal moest klimmen. In mijn ogen was iedereen een vijand. Ik vertrouwde niemand meer.”
Met het gevolg dat het van kwaad naar erger ging.
VDB: “Ik kwam terecht in een voor mij compleet nieuwe situatie. Ook vroeger werd ik bekritiseerd door de media wanneer ik niet presteerde. Alleen reed ik dan twee kleine rittenwedstrijden om vervolgens weer te winnen. Op die manier gaf ik al mijn criticasters lik op stuk. Zo ging dat tien jaar aan een stuk. Tot ik plotseling niet meer kon winnen. Ik had nooit leren verliezen; mijn volledige wieleropleiding was gebaseerd op ‘wedstrijden winnen’. Plotseling was dat weg. Ondertussen heb ik wel geleerd wat verliezen is.” (lacht)
Als klap op de vuurpijl brak je met je manager, vertrouwensman en vriend Paul De Geyter. Was dat het absolute dieptepunt?
VDB: “Dat denk ik wel, ja. Paul is waarschijnlijk mijn beste vriend. Mijn tijdelijke breuk was illustratief voor hoe diep ik toen zat. Ik wilde geen contact meer. Met niemand. Met Paul zocht ik ruzie om ruzie te zoeken. Paul kon daar niets aan doen. Ik stuurde echt aan op een breuk. Gelukkig besefte ik al snel hoe grondig fout ik zat. Ik heb Paul zelf gebeld en hem mijn welgemeende excuses aangeboden. Ik denk dat Paul de enige persoon is bij wie ik mij persoonlijk geëxcuseerd heb.”
Ondertussen waren de geruchten en insinuaties over druggebruik niet van de lucht.
VDB: “Denk je nu echt dat ik met drugs in mijn lijf door de dopingcontroles kon geraken? Want ik reed wedstrijden, hein. Ik werd regelmatig gecontroleerd. Wat heeft men gevonden? Helemaal niets. Toegegeven, door mijn depressie gedroeg ik mij als een junkie. Ik vertoonde ook de symptomen van een druggebruiker: ik was mager en zag er slecht uit. Maar ik zeg je met de hand op het hart: ik heb nooit drugs genomen!”
Ook je zogeheten vriend en ex-ploegmaat Gaumont goot nog wat olie op het vuur door je zwart te maken in interviews.
VDB: “Terwijl ik hem in geen jaar gezien had! Hij heeft mij proberen pijn te doen, maar het is hem niet gelukt. Gaumont is nooit een vriend geweest. Bij Cofidis schoot ik goed met hem op omdat ik wist dat ik hem nodig zou hebben. Gaumont is een goed renner, hoor, in de koers heb je zulke mannen nodig.”
Denk je nooit aan het palmares dat je al had kunnen hebben?
VDB: “Natuurlijk denk ik daar soms aan. In 2000 verwachtte iedereen dat ik de nieuwe nummer 1 in het mondiale wielrennen ging worden. Ikzelf incluis. Ik stond in ’99 op de derde stek in de UCI-ranking. En dat terwijl ik na de affaire Sainz twee maanden had stilgelegen! Zonder de zaak Sainz stond ik waarschijnlijk toen al op de eerste plaats. In de Vuelta klom ik op het einde beter dan Ullrich – ik hielp hem er zelfs aan de eindzege. Als ik zie dat Ullrich dit jaar in de Tour de enige concurrent van Armstrong is...”
Waar mogen we je volgend jaar op je sterkst verwachten? Leg je je toe op de klassiekers of richt je je pijlen op één van de grote rondes?
VDB: “Dat hangt af van een aantal beslissingen die we in de komende maanden zullen nemen. Natuurlijk spreken de klassiekers mij enorm aan. Het enige nadeel is dat ze zo vroeg in het seizoen vallen. Ik weet niet of ik dan al 100% zal zijn. Ik moet eerst mezelf en het wielermilieu bewijzen dat ik het nog kan. Maar als ik terugkom, wil ik het zeker ook opnieuw in de grote rondes proberen. In ’99 had ik echt het gevoel dat ik ooit op het podium kon staan in de Vuelta. Dat gevoel is sindsdien niet meer weggegaan.
»Het grote verschil met de comeback die ik vorig jaar gepland had, is dat ik momenteel mentaal duizend keer sterker ben dan toen. Ik zal mijn hoofd niet laten hangen als het in het begin wat minder loopt dan verwacht. Ik mag niet van mezelf eisen dat ik na twee weken in topvorm ben.”
Stel dat je er volgend jaar opnieuw staat, krijgen we dan ook de verbaal onovertrefbare Vandenbroucke terug?
VDB: “Dat denk ik niet. Ook al waren mijn uitspraken allesbehalve kwaad bedoeld, ik zal nooit meer zo cru zijn. In mijn geval is het niet meer opportuun een grote mond op te zetten. Ik zal wel altijd iemand blijven die zijn gedacht zegt; dat is nu eenmaal de aard van het beestje. Alleen zal ik nu eerst goed nadenken voor ik een uitspraak doe.”
Hoe belangrijk kan Patrick Lefevre zijn in je terugkeer naar de top?
VDB: “Amaai, 30 minuten vooraleer Patricks naam viel. Ik dacht al dat je geen kranten of tijdschriften las. (lacht) Ik denk inderdaad dat Patrick de perfecte sportbestuurder voor mij zou kunnen zijn. Alleen moet hij ermee akkoord gaan om samen te werken met het team van mensen rond mij. Patrick heeft zelf al het initiatief genomen door in de pers te zeggen dat ik nog steeds welkom ben bij Domo. Na het WK in Lissabon zullen Paul en ik dan ook het initiatief nemen om met Lefevere rond de tafel te gaan zitten. Ik wil ook met de sponsors praten, want zij moeten het volste vertrouwen in mijn komst hebben. Maar nogmaals, kleef mij nu nog geen Domo-etiket op. Voor welke ploeg ik volgend jaar rijd, is momenteel van ondergeschikt belang. Ik moet eerst weer renner worden.”
Maar toch leeft bij wielerminnend België het gevoel dat je bij Domo perfect zou zitten.
VDB: “Een Belgische ploeg of een ploeg met een Belgische kern lijkt me inderdaad een betere keuze dan pakweg een Italiaans of een Spaans team. En inderdaad, bij Domo zou ik me uitstekend omringd weten. Met Yvan Van Mol (de ploegdokter; red.), Johan Museeuw en Patrick Lefevre zou ik er heel wat oude bekenden terugzien. Nadeel is dan weer dat Domo niet echt goed draaide dit seizoen. Ik vrees dat de druk op mijn schouders daardoor te groot zou kunnen zijn.”
Dit jaar reed – nu ja, reed? – je voor het Italiaanse Lampre, nochtans ook een ploeg met een, weliswaar kleine, Belgische kern. Je werd er te veel aan je lot overgelaten, zei je.
VDB: “Ik heb me er nooit echt thuis gevoeld. Nochtans heb ik geen spijt van mijn keuze voor Lampre. Ik had ook aanbiedingen van onder meer Gerolsteiner en Team Coast op zak. Maar dat waren vorig jaar nieuwe en vrij kleine ploegen en ik wilde op dat moment zeker geen risico’s nemen.”
Lampre geloofde in je terugkeer, kocht zelfs een villa in Italië waardoor je daar kon wonen en trainen. Alleen, je deed het niet!
VDB: “Tja, ik voelde mij daar gewoon niet goed. Ik werd er helemaal aan mijn lot overgelaten en dat kon ik toen niet aan. De enige aan wie ik bij Lampre wat had, was Pietro Algeri (de ploegleider; red.). In een recent artikel stond zelfs dat hij me nog een tweede kans wilde geven! Algeri wist wat ik doormaakte. Ik denk dat hij ook nu nog rotsvast in mijn capaciteiten gelooft.”
Ook Nico Mattan gelooft in je terugkeer. Hij zei me zelfs dat “een goede Vandenbroucke niemand anders nodig heeft”. Ga je daarmee nog akkoord?
VDB: “Ik denk dat Mattan de bal daar toch misslaat. Ik heb misschien lange tijd de indruk gewekt dat ik alles op mijn eentje kon, maar in het wielerwereldje kan niemand het alleen aan. Ook ik niet.
»Nico heeft mij de laatste tijd geregeld gezien en zal ook wel gemerkt hebben dat ik veranderd ben. Ook andere mensen die me goed kennen, zoals Johan Museeuw, zien dat ik een ander mens ben geworden.”
Toen je een paar maanden geleden na de Ronde van Luxemburg van de aardbodem verdween, was ik een van de weinigen die je even aan de lijn hadden. Je wilde toen niet zeggen waar je uithing.
VDB: “Ik weet nog dat ik antwoordde: ‘Ik zit waar ik zit’. (lacht) Wel, ik zat toen bij Bernard Sainz (de al even beruchte als gecontesteerde ‘dokter Mabuse’; red.). Daarna heb ik een tijdje bij schoolvrienden van vroeger gelogeerd. Ik verbleef bij mensen die me nog graag zagen, ook al was ik geen toprenner meer.”
Is het wel slim om contact te blijven houden met Sainz? Werk je daar de geruchten niet zelf een beetje mee in de hand?
VDB: “Bernard was, is en blijft een goede vriend. Het is niet omdat de pers en ik weet niet wie allemaal Bernard een ‘slechterik’ en een kwakzalver vinden, dat ik die mening moet delen. Of ik met Sainz zal blijven werken, weet ik nog niet. Daar moet ik het nog eens met Lieven en Jef over hebben. Maar als Bernard me op het vlak van voeding of training nog iets kan bijbrengen, zal ik zijn hulp zeker niet weigeren. Voorlopig heeft Bernard mij nog nooit ontgoocheld.
»De affaire Sainz is er trouwens gekomen omdat ik gewoon te goed werd. Velen konden en wilden niet geloven dat ik zuiver reed. Ze hebben me dan proberen te breken door geruchten en insinuaties over mij te verspreiden terwijl er eigenlijk niets aan de hand was. Dat heeft het onderzoek naderhand uitgewezen.”
Word je in je terugkeer naar de top vooruit gestuwd door wraakgevoelens jegens zij die je hebben proberen te kraken?
VDB: “Nee. Dat zou geen goeie motivatie zijn voor een comeback. Ik wil enkel voor mezelf en voor de mensen die me zijn blijven steunen, bewijzen dat ik het nog kan. Niet voor mijn buren, niet voor de journalisten, niet voor mijn collega-renners...”
Na twee jaar van volledige ontreddering, lijk je er weer bovenop te komen.Wat heeft die déclic veroorzaakt?
VDB: “Gelukkig begon ik langzaamaan te beseffen dat ik hulp nodig had. Niet om weer renner te worden, ik had hulp nodig om opnieuw een gewoon mens te worden. Op dat moment was ik allang wielrenner af. Ik begreep niet waarom journalisten mij nog belden met de vraag waar ik in godsnaam uithing. Ik voelde mij een doodgewone sterveling, en van doodgewone stervelingen moeten journalisten toch ook niet weten waar die uithangen? Ik had geen stress meer, maakte mij nergens meer zorgen om...
»Toen ik niet kwam opdagen voor de Ronde van Luxemburg, ontplofte hier in België een bom. Ikzelf zag totaal geen nieuwswaarde in het feit dat ik forfait gaf voor zo’n flutkoerske. Niets kon mij nog schelen. Achteraf gezien waren dat de typische symptomen van een zware depressie.
»De grote ommekeer is er gekomen nadat ik een maand echte vakantie had genomen. Ik ging jagen, zat urenlang te vissen, amuseerde mij met vrienden... Tenminste, ik dacht dat ik mij amuseerde, want in mijn binnenste voelde ik dat ik ongelukkig was. Ik deed niet langer meer wat ik zo graag deed. Ik miste de fiets. Ondertussen keek ik wel naar alle koersen op tv. De Ronde van Zwitserland, de Ronde van Frankrijk... Ik miste geen minuut. Als ik dan zag dat Serge Baguet en Rik Verbrugghe een etappe wonnen in de Tour, kreeg ik het kwaad. Dan dacht ik: maar dat kan ik ook! Niet veel later drong de werkelijkheid tot me door: dat kon ik niet meer! Ik was echt ver heen.Toen heeft Sarah mij als eerste geholpen. Zij was trouwens ook de enige die mij op dat moment echt kon helpen. Zij begreep mij, wist hoe zeer ik leed onder al mijn persoonlijke problemen. Mijn stukgelopen relatie, het feit dat ik in mijn geboortedorp Ploegsteert persona non grata was, mijn ouders die niet meer met me spraken... Sarah begreep dat ik op dat moment niet meer als renner kon functioneren.”
Leed je relatie niet onder je depressie?
VDB: “Da’s een vraag die je eigenlijk aan Sarah zou moeten stellen. Zij is een vrouw met veel karakter, dat is me ondertussen wel duidelijk geworden. Het was niet evident dat ze me bleef appreciëren, dat ze naast me bleef staan tijdens al die moeilijke momenten... Veel vrouwen waren het waarschijnlijk allang afgetrapt als ze in Sarah’s schoenen hadden gestaan. Of ze hadden me buitengesmeten. (lacht) Maar Sarah niet. Integendeel, ze steunde me als nooit tevoren en heeft ervoor gezorgd dat ik opnieuw gezond ben in mijn hoofd.
»De komst van ons kind (Sarah is al enkele maanden zwanger; red.) moet voor nog meer stabiliteit in ons leven zorgen. Ik kijk er trouwens echt naar uit om voor de tweede keer vader te worden. Ik denk trouwens dat ik een goede papa ben. Straks brengen mijn ouders mijn dochtertje Cameron (Frank heeft al een kind bij zijn ex Clothilde; red.), die hier het weekend doorbrengt. Cameron komt heel graag; ze weet dat ze hier een weekend lang mag spelen. Ik probeer haar zo veel mogelijk te doen lachen. We gaan naar de kermis, naar de eendjes kijken, huren een boot om een uurtje te varen, gaan met de hond wandelen... Ik zou er alles voor doen om het haar naar haar zin te maken.”
Wat als je nooit meer je niveau van weleer haalt?
VDB: “Ik weet sinds kort dat ik ook zonder het wielrennen gelukkig kan zijn. Maar ik geef mij niet gewonnen vooraleer ik er alles aan gedaan heb om terug te komen. Eerder leg ik mij daar niet bij neer. Niet meer terugkeren aan de top betekent het einde van mijn wielercarrière. Iemand die 40ste of 50ste staat in de UCI-wereldranglijst is nog altijd een meer dan behoorlijk renner, en toch weet ik niet of ik het zou aankunnen om dan nog deel uit te maken van het peloton. Misschien dat ik het een paar jaar zou volhouden met de gedachte ‘mits nog wat meer training moet het volgend jaar wel lukken’.”
Kun je je erbij neerleggen om volgend jaar niet de enige kopman binnen een team meer te zijn?
VDB: “Zeker en vast. Meer nog, ik wil nooit meer de enige kopman zijn. Ik zou hoogstens het kopmanschap durven opeisen in míjn wedstrijden. Als je enig kopman bent, is de druk veel te groot; je neemt alle verantwoordelijkheid op jou en dat is nergens goed voor. Ik was bij Cofidis enig kopman van een ploeg met een budget dat schommelde tussen 200 en 300 miljoen frank. Als ik faalde, faalde de ploeg. Zoiets wil ik niet meer meemaken.”
Vroeger had je de bijnaam the golden boy. Komt die ooit nog terug of heb je liever dat men hem achterwege laat?
VDB: “Als het aan mij ligt, mag die naam terugkomen. Als ik terug mijn oude niveau haal, vind ik die naam eigenlijk wel passen. Laat de supporters maar dromen. Het feit dat ik ze opnieuw kan doen dromen, bewijst dat ik op de goede weg ben.
»Ook voor de fans wil ik opnieuw die top bereiken. Ik kan me voorstellen dat verschillende supporters het hard te verduren hebben gekregen op hun werk of bij hun vrienden. ‘Jij gelooft nog in Vandenbroucke?! Jij bent nog dommer dan ik dacht!’ Ik zie de scènes zo voor mij. (lacht)
»Vorige maand heb ik trouwens voor de eerste keer een negatieve fanbrief in de bus gekregen. Dat was me nog nooit overkomen. Volgens die brief was ik een klootzak en een dikkenek en nog meer van dat moois. De kerel die die brief heeft geschreven, moet iemand met ballen aan z’n lijf zijn, want zijn naam en adres stonden eronder. Maar liever zo’n brief dan een anonieme scheldtirade.”
Hoe voelt het om na twee jaar zonder ophefmakende prestaties nog steeds de grote Belgische wielerhoop te zijn?
VDB: “Ik weet dat ik de Belgische wielerfans veel vreugde maar ook veel ontgoocheling heb gebracht. Maar ik zou zo graag hebben dat mijn reputatie weer goed komt. Dat wil ik bereiken door mijn gedrag en mijn prestaties. Vandenbroucke moet weer a good guy worden.”
Het interview zit erop. Sarah komt erbij zitten en we praten nog even over de voor december geplande bevalling. “Deze keer wil ik er absoluut bij zijn,” zegt Frank, “maar wel in de kamer ernaast. Ik denk dat ik anders van mijn stokje ga.” Wat later moet ik echt opstappen; ik moet nog met de bus naar Dendermonde. Daar wil Frank niet van horen. “Ik breng je wel. Ik heb toch niets meer gepland deze avond.” Na het aanbod drie keer beleefd te hebben afgewimpeld en evenveel keer gehoord te hebben dat het geen enkel probleem is, zwicht ik. “Stap maar in de Porsche, want mijn gele Ferrari heb ik niet meer. Die heb ik verkocht aan Emile Mpenza.” En weg zijn we.
Tekst: Jonas Heyerick
Foto’s: Dimitri Van Zeebroeck





Mail door








