“Brussel laten vallen is dom en gevaarlijk”
25 feb '11 in Actua door Karsten
In de P van deze week denkt Guy Vanhengel (Open VLD) hardop na over een regering zonder N-VA. “We moeten alles proberen om nieuwe verkiezingen te vermijden. Want nieuwe verkiezingen zonder dat er een regering is geweest, dat zou het failliet van de Belgische politiek zijn.” Hieronder leest u het vervolg van het interview. Want de federale minister van Begroting spuide ook nog enkele meningen over deze thema’s.
Wat met Brussel?
In Vlaanderen is er een belangrijke strekking die Brussel beschouwt als vreemd gebied en een blok aan het been. ‘Laat dat vallen, maak er een volwaardig gewest van en betaal er dan ook niet meer voor’, zeggen sommigen. Akkoord?
VANHENGEL: “Ik vind dat dom en gevaarlijk. Sommige Vlamingen onderschatten de meerwaarde die Brussel creëert. Vlaams- en Waals-Brabant zijn de rijkste gebieden van België. Dat heeft alles te maken met de rijkdom die Brussel produceert. 20% van ons bbp wordt in Brussel gegenereerd. 680.000 mensen werken hier. Ik ontken niet dat er veel problemen zijn in Brussel, maar het is samen met Antwerpen wel de economische motor van dit land. Als ik als Brussels minister in het buitenland kwam, dan rolden ze de rode loper uit. Puur omwille van de merknaam Brussel. Dat is de enige die gekend is in de wereld. Men weet België nauwelijks liggen, laat staan Vlaanderen of Wallonië, maar Brussel kent iedereen.”
Als België splitst en Brussel op zichzelf doorgaat, kunnen de Vlaamse bedrijven toch wegtrekken uit Brussel?
VANHENGEL: “Waarom zouden ze dat doen? Er zijn zodanig veel bedrijfszetels in Brussel dat Brussel de vennootschapsbelasting zo kan verlagen dat geen enkele andere regio daartegenop kan. Die belasting zal veel lager zijn dan in Vlaanderen! En dan wil ik nog wel eens zien of bedrijven zullen wegtrekken. (lacht) Op dit moment wordt 25% van de vennootschapsbelasting in Brussel geïnd. Op zo’n kleine oppervlakte! Met dat geld zouden ze in Brussel álles kunnen betalen, ook de armoede en de werkloosheid van de bevolking in het centrum. En waar worden volgens de internationale regels de personenbelastingen geïnd? Op de plaats waar je werkt. Gaan we dan allemaal in Vlaanderen werken? In Brussel kan men die belasting veel lager leggen. Die simplistische redeneringen in Vlaanderen als zou Brussel een blok aan het been zijn, zijn gewoon mis. Men focust alleen op de nadelen en men is blind voor de voordelen. Durf eens door denken! Zonder Brussel verarmt Vlaanderen. Het zou misdadig zijn tegenover het geheel van het land om naar een splitsing te gaan.”
Over de Belgische kas
Europa kijkt voortaan streng toe op de begrotingen van elke lidstaat en eist een langetermijnbeleid met grondige hervormingen. Daar is bij ons al jaren geen sprake van. Dreigen we geen mal figuur te slaan deze lente?
VANHENGEL: “Voorlopig niet, omdat onze economische fundamentals nog altijd goed zijn in vergelijking met de rest van Europa. Het is niet omdat wij in een ontslagnemende regering van lopende zaken zitten dat wij de zaken op hun beloop laten. Maar we gaan vragen krijgen over onze staatschuld. Daarom zou het een heel sterk signaal zijn als we kunnen zeggen: ‘Die zijn we keihard aan het aanpakken’. Want op het vlak van structurele hervormingen kunnen we inderdaad geen goed rapport voorleggen. Veel Europese lidstaten hebben hun pensioenstelsel en hun arbeidsmarkt al hervormd. Wij nog niet. Maar er is al veel voorbereidend werk gebeurd. Het zit eraan te komen. Geen enkele politicus in dit land zal ontkennen dat die hervormingen er moeten komen, ook de PS niet. Deze week hebben we in de regering knopen doorgehakt over het Interprofessioneel Akkoord (sociaal akkoord tussen werkgevers en werknemers over loonsverhogingen e.d.; red.). Dat gebeurt niet zonder slag of stoot, maar het is gelukt. Laurette Onkelinx en Joëlle Milquet trekken normaal partij voor de vakbonden. Maar ook zij beseffen dat te hoge loonkosten slecht zijn voor de concurrentiepositie van onze bedrijven. En daarom hebben zij gezegd: ‘Oké, we slikken dit door en we zwijgen erover’. Dat is je verantwoordelijkheid nemen. Het kan dus nog wel: beslissingen nemen in het algemeen belang. Chapeau dat ze dat hebben gedaan!”
Het sociaal akkoord is toch nog aangepast?
VANHENGEL: “We een paar kleine correcties gedaan voor de minimumlonen. Maar daar heb ik ook geen probleem mee. Want het indexsysteem dat we kennen, is het minst interessant voor de mensen die het minste verdienen. Als de index verhoogt, krijgt iedereen 2% meer loon. Maar 2% op een laag loon, verhoogt je koopkracht niet zo erg. Voor die mensen hebben we een kleine inspanning gedaan.”
Over de index
Onze automatische indexaanpassing wordt ook in vraag gesteld door Europa. Die index houdt onze koopkracht in stand, want als de prijzen stijgen dan stijgen ook de lonen. Maar zo werkt ze wel inflatie in de hand. En die ligt bij ons dubbel zo hoog als het Europees gemiddelde. Kunnen we die index behouden?
VANHENGEL: “Men verengt het debat nu tot voor of tegen de index. De vakbonden zijn voor, de werkgevers tegen. Dat is te simplistisch en sloganesk. Ik ben voorstander van een systeem dat ervoor zorgt dat de koopkracht van de mensen behouden blijft. Maar je moet opletten dat het geen aanleiding geeft tot nieuwe prijsstijgingen en dat het je concurrentiepositie niet ondergraaft. Want dan verarmt iedereen. De vraag is dus hoe je die index kunt vrijwaren, zonder dat het perverse effecten heeft.
“De sleutel van het probleem ligt bij onze hoge energiekosten. Die hoge prijzen hebben op hun beurt nog eens een weerslag op de kosten van de basisproducten. Want een bakker, een transporteur en een varkensboer betalen ook voor hun energie. Waardoor het brood, vlees en andere basisproducten ook duurder worden. Wie wordt daar het meest door getroffen? De mensen met de laagste inkomens. We moeten nu bekijken wat we kunnen doen aan die hoge energiekosten en hoe we kunnen vermijden dat dat doorweegt op al de rest, waardoor je inflatie krijgt en iedereen verarmt. Dehaene heeft dat in zijn tijd gedaan door de gezondheidsindex in te voeren. Als regering moeten wij een middenweg vinden in de patstelling tussen vakbonden en werkgevers.”





Mail door







